Blog: Novel Foods, oftewel nieuwe levensmiddelen

 

Novel Foods, oftewel nieuwe levensmiddelen

Ook wel eens gehoord van Novel Foods? Of juist helemaal geen idee wat hiermee bedoeld wordt. In dit blog leest u er alles over.

 

Wat zijn Novel Foods?

Novel Foods zijn zogenoemde “nieuwe” levensmiddelen of nieuwe voedingsingrediënten die vóór 15 mei 1997 nog niet in significante mate door de mens werden geconsumeerd of volgens nieuwe methoden zijn produceert in de Europese Unie.

 

Aan welke wetgeving moeten Novel Foods voldoen?

Met ingang van 1 januari 2018 in de nieuwe Novel Foods Verordening (EU) nr. 2015/2283 in werking gesteld. De Verordening vervangt Novel Food Verordening (EU) nr. 258/97 en Novel Foods Etiketteringsverordening (EU) nr. 1852/2001. De nieuwe verordening heeft tot een nieuw Nederlands Warenwetbesluit geleid (Warenwetbesluit nieuwe voedingsmiddelen en genetisch gemodificeerde levensmiddelen).

De nieuwe verordening regelt de toelating van nieuwe voedingsmiddelen, ingrediënten en methoden. De Novel Foods hebben een nieuwe omschrijving gekregen in artikel 3, sub 2a. “Nieuwe voedingsmiddelen”: alle levensmiddelen die binnen de Unie vóór 15 mei 1997 niet in significante mate voor menselijke voeding werden gebruikt, en die onder ten minste een van de volgende 10 categorieën vallen. Een aantal voorbeelden van deze categorieën zijn bijvoorbeeld:

  • Levensmiddelen bestaand uit, geïsoleerd uit of geproduceerd uit micro-organismen, schimmels of algen
  • Levensmiddelen bestaand uit, geïsoleerd uit of geproduceerd uit celcultuur of weefselkweek afgeleid van dieren, planten, micro-organismen, schimmels of algen

 

De uitgangspunten voor deze verordening zijn dat het nieuwe voedingsmiddel:

  • Geen gevaar mag opleveren voor de consument
  • De consument niet mag misleiden
  • Niet minder voedingsstoffen mag leveren dan het originele product

 

Uitzonderingen

Er zijn ook wat uitzonderingen, o.a. additieven, aroma’s en Genetisch Gemodificeerde Organisme (GMO’s). Deze zijn uitgezonderd en vallen buiten het toepassingsgebied, omdat ze onder specifieke reglementering vallen:

  • Levensmiddelenadditieven vallen onder Verordening (EG) nr. 1333/2008
  • Aroma’s voor gebruik in voedingsmiddelen vallen onder Verordening (EG) nr. 1334/2008
  • GMO’s voor voeding en diervoeding vallen onder Verordening (EG) nr. 1829/2003

 

Wanneer valt een voedingsmiddel onder de Novel Food wetgeving?

Men dient te controleren of het nieuwe voedingsmiddel is opgenomen in de lijst van toegelaten nieuwe voedingsmiddelen. Alle levensmiddelen die al zijn toegelaten als Novel Food staan vermeld in een online Novel Food catalogus van de Europese Unie.

Indien het voedingsmiddel niet op de unielijst staat vermeld, dan dient men te onderzoeken of het vóór 15 mei 1997 in significante mate voor menselijke voeding gebruikt werd. Men moet aantoonbaar maken dat het voedingsmiddel vóór 15 mei 1997 gegeten/gedronken werd in de Europese Unie.

 

Hoe verloopt de Novel Food procedure?

Voordat een Novel Food in de handel gebracht mag worden, moet het getoetst worden aan wetenschappelijke evaluaties. In de algemene toelatingsprocedure verordening (EG) nr. 2017/2469 wordt aangegeven dat er een Novel Food dossier opgebouwd moet worden. Zo dient er een toxicologisch onderzoek uitgevoerd te worden, maar ook een innameberekening. Er dient vastgesteld te worden welke hoeveelheid de consument veilig kan consumeren. Er dient een veilige hoeveelheid (use level) van het Novel Food is verschillende toepassingen worden berekend. Er zijn vele wetenschappers die het dossier zullen beoordelen, waardoor in veel gevallen aanvullend onderzoek nodig is.

 

Voorbeelden van Novel Foods

Voedingsmiddelen verkregen uit nieuwe bronnen of nieuwe methoden. Bijvoorbeeld “kweekvlees”, waarbij stamcellen van een koe opgekweekt zijn tot stukjes spiervezel. Of champignons die behandeld zijn met UV licht waardoor ze (meer) vitamine D bevatten. Daarnaast ook levensmiddelen die bestaan uit technisch vervaardigd nanomateriaal, zoals bijvoorbeeld kleurstof E171.

Traditionele voedingsmiddelen die in landen buiten de EU al werden gegeten. Bijvoorbeeld chiazaden en bepaalde insecten.

Nieuwe voedingsmiddelen, zoals bijvoorbeeld chondroïtinesulfaat (een suikerverbinding) welke in de handel wordt gebracht als voedselingrediënt voor gebruik in voedingssupplementen.

Functionele ingrediënten die een extra effect geven ten opzichte van “normale voeding”. Bijvoorbeeld halvarine waaraan plantensterolen zijn toegevoegd met een cholesterolverlagend effect.

Extra: bovenstaande voorbeelden zijn allen -in de basis- voorbeelden van Novel Foods, echter nog niet allen zijn ook daadwerkelijk al goedgekeurd als Novel Food.

 

Wie controleert de veiligheid van de Novel Foods?

De veiligheid van het nieuwe voedingsmiddel of ingrediënt wordt vanaf 2005 in Nederland beoordeeld door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG). Op Europees niveau vallen de Novel Foods onder de verantwoordelijkheid van de Europese Voedselveiligheid Autoriteit (EFSA). De NVWA houdt toezicht op de naleving en treedt ook op als een nieuw voedingsmiddel zonder de vereiste Europese toestemming op de markt wordt gebracht.

Blog: Voedselfraude, iets van alle tijden?

 

Voedselfraude, iets van alle tijden?

Voedselfraude is niet iets van de laatste jaren, maar in tijden van crisis is de druk op mensen echter groter dan anders.

 

Wat is voedselfraude?

Eigenlijk bestaat er geen eenduidige definitie van voedselfraude, maar de European Commission heeft de volgende definitie: Food fraud is about “any suspected intentional action by businesses or individuals for the purpose of deceiving purchasers and gaining undue advantage therefrom, in violation of the rules referred to in Article 1(2) of Regulation (EU) 2017/625 (the agri-food chain legislation)”.

Voedselfraude heeft met name betrekking op toevoeging, verdunning of vervanging met een goedkoop eigen of vreemd materiaal, maar ook onjuiste declaraties van productherkomst, productiesystemen en productieprocessen zijn vormen van fraude.

 

Waarom wordt er gefraudeerd?

De belangrijkste aanleiding voor voedselfraude is van economische aard. Het kan simpelweg veel geld opleveren voor de fraudeer. Daarnaast zijn er diverse factoren die er voor zorgen dat er meer wordt gefraudeerd. Denk hierbij aan de corona crisis, de stijgende voedselprijzen of de vraag naar goedkoper voedsel.

Opvallend is ook dat in het jaarplan 2020 van de NVWA wordt aangegeven dat waar het voedselveiligheids- of frauderisico heel hoog is, er met voorrang capaciteit wordt ingezet. Dat betekent dat er op dit moment geen opsporingscapaciteit wordt ingezet voor fraude ten aanzien van voedselintegriteit (o.a. biologisch, Beter Leven, Fairtrade, beschermde oorsprong). Door het gebrek aan opsporing krijgen fraudeurs vrij spel.

 

Hoe vaak komt voedselfraude voor?

In Nederland is er geen database die specifiek is bedoeld om incidenten aangaande voedselfraude te melden. Op Europees niveau is er de RASFF-database. Echter in deze database worden alleen voedselfraude incidenten vermeld die een effect hebben op de voedselveiligheid. Opvallend is wel dat de laatste jaren er een toename is van het aantal gerapporteerde voedselfraude gevallen.

De Britse Food Standards Agency schat dat circa 10% van het voedsel wat in de supermarkt ligt mee gefraudeerd wordt. Dit zal naar alle waarschijnlijkheid niet heel anders zijn in Nederland.

 

Voedselfraudegevoelige producten

Biologische voeding– Producten krijgen onterecht een biologisch label, zodat ze voor een hogere prijs verkocht kunnen worden. Daarnaast is de groeide vraag naar biologische producten ook een reden voor fraude.

Granen– Durum tarwesoorten zijn duurder en worden deels of geheel vervangen door goedkopere graansoorten. Hoe meer het graan verwerkt wordt, hoe minder duidelijk wordt wat de oorspronkelijke graansoort was.

Honing– Er zijn vele manier hoe hiermee gefraudeerd wordt. Ondanks strenge wetgeving aangaande honing zijn er vele manieren hoe hiermee gefraudeerd wordt, zoals het toevoegen van water of het aangeven van een andere herkomst. Er kan ook invertsuiker worden toegevoegd, waardoor de honing is vermengd met een goedkoper ingrediënt.

Koffie– Er is veel prijsverschil in koffie. Er is een groeiende koffiecultuur met bepaalde interesses in herkomst van koffiebonen en ethisch geproduceerde koffiebonen. Echter wordt er aan gemalen koffie soms fijngehakte takken en bladeren toegevoegd. Ook worden dure kwaliteitsbonen vermengd met goedkopere soorten koffiebonen.

Vis– Er wordt vaak een duurdere vissoort op het etiket benoemd, dan werkelijk in de verpakking aanwezig is. Zo wordt schelvis wel eens verkocht als -het veel duurdere- kabeljauw.

Kruiden en specerijen– Omdat kruiden en specerijen vaak in poedervorm voorkomen is het gemakkelijk een ander en goedkoper kruid of specerij toe te voegen. Er wordt soms zelfs gemalen hout, fijn steengruis, kalk en zand aan toegevoegd.

Vruchtensappen– Bij de productie van vruchtensap wordt het sap eerst geconcentreerd, dan vaak getransporteerd over grote afstanden en vervolgens weer aangelengd. In al deze processtappen kan voedselfraude plaatsvinden. Soms wordt er meer verdund dan wat volgens de toegepaste concentratie zou mogen. Verdunnen met water en extra suiker wordt soms ook gedaan.

Olijfolie– Doordat er een groot prijsverschil zit tussen de extra vierge olijfolie van de eerste persing en de goedkopere andere olijfoliën of oliën van andere oorsprong (zoals bijvoorbeeld zonnebloemolie), is dit product zeer gevoelig voor voedselfraude.

Vlees– Lamsvlees is bijvoorbeeld veel duurder dan andere vleessoorten en wordt vaak vermengd met goedkopere soorten vlees (zoals rundvlees), zonder vermelding hiervan te maken.

Wijn– Met wijn kan er op vele manieren gefraudeerd worden. Zo kan goedkope wijn in een fles afgevuld worden en verkocht worden als een dure wijn. Het etiket kan misleiden met betrekking tot het soort wijn, maar ook tot de oorsprong. De wijn kan ook uit een mengsel bestaan van goedkope en dure wijn en soms worden er smaakstoffen aan toegevoegd. Hiermee kunnen soms overschotten of mislukte producties wijn flink opgewaardeerd worden.

 

Hoe kan voedselfraude worden opgespoord?

Er zijn verschillende analysemethodes om de echtheid van een product te controleren. Met PCR-analyses voor het vaststellen van DNA of isotopenanalyses voor herkomstbepalingen, kunnen afwijkingen van producten worden vastgesteld. Tegenwoordig is het vrij eenvoudig voor laboratoria om bijvoorbeeld te testen of een product biologisch is of niet, of verse vis ook echt vers is, of het wel 100% extra vierge olijfolie is en vele andere testen op voedingsmiddelen. Kruiden en specerijen zijn overigens lastig om te analyseren, omdat deze producten uit veel elementen bestaan die de analyse kunnen verstoren.

 

Kan voedselfraude voorkomen worden?

Het volledig voorkomen van voedselfraude blijft bijzonder lastig. Daarom is het van belang dat bedrijven die te maken hebben met voedingsmiddelen een goede voedselfraude analyse uitvoert.

Om te bepalen welke (nieuwe) risico’s van invloed zijn, kunnen bedrijven gebruik maken van verschillende bronnen, zoals de Food Fraud database, Food Shield en het RASFF-systeem. Aan de hand van de risicoanalyse kan bepaald worden welke maatregelen er genomen moeten worden om de risico’s te beheersen en eventueel controleren.

Blog: Keurmerken op voeding

 

Keurmerken op voeding

Steeds meer verpakkingen bevatten een keurmerk. Het zou de consument moeten helpen bij het maken van een gezondere keuze of duurzaam verantwoorde keuze, maar is dit ook zo?

 

Wat is een keurmerk?

Een keurmerk wordt gezien als een beeldmerk/logo wat veelal op de voorzijde van een verpakking wordt afgebeeld. Het beeldmerk/logo laat zien dat een product voldoet aan bepaalde eisen die voor het betreffende keurmerk zijn opgesteld. Bijvoorbeeld of een product een duurzamere of gezondere keuze is. Het dient ervoor om consumenten een bewuste(re) keuze te laten maken bij de aankoop van een product.

Een keurmerk wordt in principe getoetst door een onafhankelijke en deskundige instantie, afkomstig van een betrouwbare bron. De keurmerkeigenaar verkoopt zelf géén producten. Bij een keurmerk kan een certificaat uitgegeven worden waarop de keurmerk verlenende instantie verklaart dat een product aan de specifieke eisen -van het keurmerk- voldoet.

 

Wat zegt een keurmerk?

Dat is nog altijd een lastige vraag. Er worden heel veel keurmerken gebruikt en veelal gaan ze maar over één duurzaamheidsthema. En als een product geen keurmerk draagt, is het ook niet altijd minder duurzaam, maar een keurmerk geeft wel garanties.

 

Waarom een keurmerk?

Steeds meer consumenten maken een bewustere keuze als het om voeding gaat. Er is steeds meer behoefte aan duidelijkheid. Een product met een bepaald keurmerk kan zich op aan aantal manieren onderscheiden ten opzichte van een gangbaar product. Het kan aangeven dat een product veilig en/of gezond en/of duurzaam geproduceerd is, maar ook of het geteeld is volgens biologische productiemethoden of een streekeigen karakter heeft. Het kan voor de consument een makkelijk hulpmiddel zijn om een weloverwogen keuze te maken.

Indien een product overigens geen keurmerk heeft, dan hoeft dit niet te betekenen dat het product niet duurzaam is verkregen. Het is echter alleen niet aantoonbaar gemaakt.

 

Is een keurmerk altijd betrouwbaar?

De afgelopen jaren zijn er ontzettend veel keurmerken bij gekomen. Er zijn wel rond de 100 duurzaamheidskeurmerken voor voeding in omloop. Dat maakt het voor de consument niet makkelijk om een goede keuze te maken. Milieu Centraal heeft met medewerking van het Voedingscentrum en andere experts diverse keurmerken in 2019 opnieuw bekeken en beoordeeld.

Bij de beoordeling is vooral gekeken naar de duurzaamheidswinst, transparantie en de betrouwbaarheid. Met transparantie wordt bedoeld dat informatie over het keurmerk makkelijk te vinden is voor de consument en een goed beeld geeft waar het keurmerk over gaat en wat de eisen zijn. Daarnaast hebben ze onderscheid gemaakt tussen onafhankelijke keurmerken en eigen logo’s van producenten.

 

Er zijn 10 TOPkeurmerken uit de beoordeling naar voren gekomen die het hoogst scoren op 3 eisen:

  • ambitie: de eisen met betrekking tot milieu, dierwelzijn en/of mens & werk gaan veel verder dan gemiddeld in de sector
  • transparantie: de eisen zijn eenvoudig te vinden online en zijn ook concreet geformuleerd. Daardoor zijn ze voor iedereen makkelijk te begrijpen
  • betrouwbaarheid en betrokkenheid: er is een onafhankelijke controle, bij voorkeur goedgekeurd door de Raad voor Accreditatie (of een vergelijkbare buitenlandse instelling). Of het keurmerk is lid van ISEAL (onafhankelijke organisatie voor het bevorderen van duurzaamheid). Daarnaast volgen er ook maatregelen voor de gebruikers indien zij niet voldoen aan de eisen van het keurmerk en er wordt jaarlijks verslag gedaan van de duurzaamheidsprestaties

 

ASC staat voor Aquaculture Stewardship Council. Het is bedoeld voor kweekvis en heeft als doel de invloed van het kweken van vis op het milieu te verlagen. Het heeft regels voor minder antibioticagebruik, duurzaam visvoer en betere arbeidsomstandigheden voor het personeel.

 

Het Beter Leven keurmerk staat voor dierenwelzijn. Het kent drie niveaus voor dierenwelzijn: 1, 2 of 3 sterren. Wat een ster precies inhoudt, hangt af van het diersoort, maar in het algemeen geldt dat 1 ster staat voor een kleine verbetering van het dierenwelzijn t.o.v. gangbare vleesproducten. 2 sterren gaat al iets verder op het gebied van dierenwelzijn, zoals meer ruimte en afleiding. 3 sterren staan op biologische producten of vergelijkbare systemen. Het verschil tussen de sterren zit bijvoorbeeld in de ruimte die dieren krijgen, de stalcondities, of dieren naar buiten kunnen en transportduur.

 

Demeter is een keurmerk voor biodynamische landbouw en voeding. Het voldoet minimaal aan de normen van biologische landbouw, maar het gaat een stap verder. Boeren en verwerkers dienen zich te houden aan normen en richtlijnen, welk zijn opgenomen in een handboek. Op de website is veel informatie hierover te vinden.

 

Fairtrade is een keurmerk van de Nederlandse stichting Max Havelaar. Het garandeert dat producten voldoen aan normen voor eerlijke handel en rekening houdt met het milieu. Boeren en telers ontvangen een vaste minimumprijs. Het keurmerk wordt gebruikt op producten afkomstig uit ontwikkelingslanden.

 

Het Biologisch keurmerk is een Europees keurmerk voor biologische producten. Biologisch heeft een wettelijke status. Er zijn strenge eisen voor dierwelzijn en milieu. Dieren moeten naar buiten kunnen en krijgen biologisch voer. In de stal hebben ze meer ruimte dat gangbaar vee. Er zijn strenge eisen aan het antibioticagebruik.

 

EKO is een keurmerk wat gelijk staat aan die van het Europese keurmerk voor biologische landbouw. Het geeft aan dat een product afkomstig is van biologische landbouw. Het is gebaseerd op het Europees keurmerk voor biologische producten en daarnaast aangevuld met plusnormen voor het behoud van milieu, natuur en landschap en het welzijn van dieren.

 

MSC staat voor Marine Stewardship Council en staat op visproducten die afkomstig zijn van duurzame visserij. Er vindt geen overbevissing plaats en er wordt zo min mogelijk schade toegebracht aan het leven in de zee, met weinig bijvangst.

 

Rainforest Alliance is een keurmerk voor o.a. koffie, thee, chocolade en bananen. Het zet zich in voor natuurbehoud en betere sociale omstandigheden in landbouw, bosbouw en toerisme. Er is een onafhankelijke controle door geaccrediteerde partijen. Als het product een logo draagt, dan is minimaal 90% van de ingrediënten gecertificeerd. Producten waarbij 30-90% van de ingrediënten gecertificeerd is, mogen het logo dragen, maar op de verpakking moet dan de tekst zijn toegevoegd die het percentage aangeeft.

 

UTZ is een keurmerk voor eerlijke handel in koffie, thee, cacao en hazelnoten. Er worden minder bestrijdingsmiddelen gebruikt en boeren en telers ontvangen een eerlijke prijs en werken onder goede werkomstandigheden.

 

Met ingang van 2019 is er een nieuwe internationale naam voor het Milieukeur-keurmerk: On The Way To PlanetProof. Het keurmerk kun je tegenkomen op zuivel, groenten en fruit, eieren, maar ook op bloemen, planten, bomen en bloembollen. Het doel is dat het productie duurzamer geproduceerd is en daardoor beter voor natuur, milieu, klimaat en dier.

 

Wat kan een keurmerk opleveren?

Het blijkt dat keurmerken echt een meerwaarde geven aan een product. Recent onderzoek wijst uit dat de consument meer duurzame producten koopt. In 2019 groeide de omzet van voedsel met een duurzaamheidskeurmerk met maar liefst 26%, terwijl de totale voedselomzet met 4,2% steeg. Dat blijkt uit de Monitor Keurmerken Retail. Het Beter Leven keurmerk heeft de grootste groei doorgemaakt van 25%, terwijl het Biologisch keurmerk groeide met maar 5%.

 

Zelf doen of uitbesteden?

U kunt natuurlijk proberen alle informatie rondom keurmerken zelf te verzamelen en verwerken, echter dient er rekening gehouden te worden met diverse uitzonderingen. Wilt u een keurmerk op uw product(en), dan bent u bij VoedingVeilig aan het juiste adres. Benieuwd geworden naar de mogelijkheden, vraag dan gratis en vrijblijvend een kennismakingsgesprek aan.

Blog: De ins en outs van KWID

 

De ins en outs van KWID

U heeft dit woord vast vaker gehoord, maar waar staat de afkorting precies voor en hoe moet het toegepast worden?

 

Waar staat KWID voor?

In de praktijk wordt vaak de afkorting KWID gebruikt (in het Engels QUID). Dit staat voor “kwantitatieve ingrediëntendeclaratie” (in het Engels “Quantitative Ingredient Declaration”). Het is een vermelding van de hoeveelheid van een ingrediënt of categorie ingrediënten wat in een levensmiddel is gebruikt. Het percentage moet in de ingrediëntendeclaratie worden benoemd of onmiddellijk in/naast de benaming van het product wanneer dit ingrediënt bijvoorbeeld in woorden, symbolen of afbeeldingen op de verpakking wordt benadrukt.

 

Wanneer is een KWID verplicht?

Er is nog altijd veel discussie wanneer de KWID-regels moeten worden toegepast. Volgens artikel 9 van de Verordening (EU) nr. 1169/2011 is het vermelden van de hoeveelheid van bepaalde ingrediënten of categorie ingrediënten verplicht. In artikel 22 wordt aangegeven dat er drie gevallen zijn waarin het percentage van een ingrediënt moet worden vermeld.

 

1. Wanneer het ingrediënt voorkomt in de benaming van het levensmiddel of door de consument gewoonlijk met die benaming wordt geassocieerd. Bijvoorbeeld:

  • perzikyoghurt: hoeveelheid perziken dient vermeld te worden
  • notenpasta: hoeveelheid noten dient vermeld te worden
  • roombotercake: hoeveelheid roomboter dient vermeld te worden

 

En het dient ook benoemd te worden bij de ingrediënten wanneer de consument een bepaald ingrediënt verwacht. Zoals:

  • hamburgers: hoeveelheid vlees dient vermeld te worden
  • guacamole: hoeveelheid avocado dient vermeld te worden
  • hutspot: hoeveelheid wortel en ui dient vermeld te worden

 

2. Wanneer het ingrediënt opvallend in woord, beeld of grafische voorstelling op de etikettering is aangegeven. Bijvoorbeeld:

  • Een ingrediënt opvallend wordt aangegeven op de verpakking op een andere plek dan in de benaming. Bijvoorbeeld de tekst “krenten” op een pak met granenbiscuits. Het percentage krenten dient vermeld te worden
  • Een ingrediënt dat in een andere stijl van de letters opvallend wordt aangegeven om op een andere plek dan in de beaming naar het ingrediënten te verwijzen
  • Wanneer beelden worden gebruikt om selectief één of meer ingrediënten aan te geven. Bijvoorbeeld een drinkyoghurt waarop frambozen zijn afgebeeld. Het percentage frambozen dient dan vermeld te worden
  • Wanneer een ingrediënt opvallend wordt aangegeven door een beeld dat verwijst naar de oorsprong ervan. Bijvoorbeeld een afbeelding of tekening van een koe om melkingrediënten te benadrukken, zoals bij melk, yoghurt en roomboter

 

3. Wanneer het ingrediënt het levensmiddel karakteriseert en onderscheidt van producten waarmee het zou kunnen verward. Bekende voorbeelden hiervan zijn mayonaise en amandelmarsepein. Voor mayonaise dient de hoeveelheid olie en ei te worden gekwid en voor marsepein dient de hoeveelheid amandelen gekwid te worden.

 

Wanneer is een KWID niet verplicht?

In bijlage VIII, punt 1 van Verordening (EU) nr. 1169/2011 staat aangegeven voor welke ingrediënten de kwantitatieve opgave niet verplicht is.

Hieronder een opsomming van een aantal van deze punten:

  • Wanneer het netto-uitlekgewicht verplicht is. De hoeveelheid van het ingrediënt kan hierbij op basis van het netto-uitlekgewicht worden berekend. Als dit niet kan, dan geldt deze regel niet. Een goed voorbeeld hiervan zijn producten in opgietvloeistoffen, zoals bijvoorbeeld olijven, abrikozen, ananas, enz.
  • Als de hoeveelheid van het ingrediënt op grond van andere EU regels op de verpakking moet worden vermeld. Dit is al vastgelegd in andere richtlijnen, zoals bijvoorbeeld bij cacao en chocoladeproducten moet het percentage cacaobestanddelen worden vermeld
  • Indien van een ingrediënt maar een klein beetje is toegevoegd voor smaak of aroma
  • Wanneer het ingrediënt in de aanduiding genoemd wordt, maar de hoeveelheid niet van belang is voor de koper.
  • Als specifieke EU regels de hoeveelheid van het ingrediënt nauwkeurig aangeven zonder dat het op de verpakking moet worden vermeld
  • Voor mengsels van vruchten, groenten of paddenstoelen, specerijen of kruiden waarvan geen enkele aanmerkelijk in gewicht overheerst. Dit mag worden aangeduid als ‘in wisselende verhoudingen’, onmiddellijk gevolgd door de lijst van de aanwezige vruchten, groenten of paddenstoelen, specerij of kruiden. In dit geval dient het totale gewicht in de ingrediëntenlijst vermeld te worden
  • Als bij de benaming “met zoetstof(fen)” of “met suiker(s) en zoetstof(fen)” verplicht is, hoeft er niet gekwid te worden bij de suiker(s) en/of zoetstof(fen)
  • Voor toegevoegde vitamines en mineralen waarvoor voedingswaardevermelding verplicht is

 

Daarnaast zijn er nog een aantal uitzonderingen op de KWID-verplichting voor ingrediënten die opvallend zijn aangegeven in woord, beeld of grafische voorstelling. In deze gevallen is KWID ook geen verplichting:

  • Wanneer het gaat om een realistisch beeld wat op een verpakking wordt getoond
  • Wanneer het beeld “een serveertip” toont
  • Wanneer het beeld op de verpakking alle ingrediënten van het levensmiddel toont, zonder een specifiek ingrediënt opvallend aan te geven

 

Hoe dient KWID vermeld te worden?

De wetgeving geeft aan dat dit op twee manieren mogelijk is:

  1. In of onmiddellijk naast de benaming van het product.
  2. In de lijst van ingrediënten.

 

Voorbeelden:

  • Aardbeienyoghurt
  • Yoghurt met X% aardbei
  • Ingrediënten: magere yoghurt, suiker, aardbei, gemodificeerd maiszetmeel, (etc.).
    • Op basis van optie 1 gekwid.

 

  • Aardbeienyoghurt
  • Aardbeienyoghurt bevat X% aardbei
  • Ingrediënten: magere yoghurt, suiker, aardbei, gemodificeerd maiszetmeel, (etc.).
    • Op basis van optie 1 gekwid.

 

  • Aardbeienyoghurt
  • Ingrediënten: magere yoghurt, suiker, X% aardbei, gemodificeerd maiszetmeel, (etc.).
    • Op basis van optie 2 gekwid.

 

De hoeveelheid dient uitgedrukt te worden als percentage wat overeen moet komen met de hoeveelheid van het ingrediënt of de ingrediënten op het ogenblik waarop zij worden gebruikt.

 

Welke uitzonderingen zijn hierop van toepassing?

  • Voor levensmiddelen waarbij vochtverlies is opgetreden door een thermische of andere behandeling, dan wordt het percentage op het eindproduct berekend. Zoals bijvoorbeeld varkensvlees in salami waarvoor 120 gram varkensvlees wordt gebruikt voor 100 gram salami
  • De hoeveelheid vluchtige ingrediënten worden vermeld als percentage dat daadwerkelijk in het eindproduct is achtergebleven. Dus dan wordt er niet gekeken naar hoeveel er tijdens de bereiding is toegevoegd. Bijvoorbeeld brandewijn in gebak of desserts
  • De hoeveelheid ingrediënten die in geconcentreerde of gedehydrateerde vorm wordt gebruikt en tijdens fabricage wordt gereconstitueerd, kan worden gekwid als hun gewichtspercentage voordat zij werden geconcentreerd of gedroogd. Zoals magere melkpoeder met water als ingrediënt in een vloeibaar product mag worden gekwid als magere melk in de receptuur
  • Als het om geconcentreerde of gedehydrateerde levensmiddelen gaat waaraan water moet worden toegevoegd, kan de hoeveelheid van de ingrediënten worden gekwid als gewichtspercentage in het gereconstitueerde product. Bijvoorbeeld als droge bruine bonen worden geweld en gebruikt in een kant-en-klaar bonengerecht, dan mag het percentage van de bonen “na het wellen” worden gekwid

 

Tot slot……

  • Bij de berekening van het percentage voor de KWID moet het toegevoegd water ook worden meegerekend als het aanwezig is in een kleinere hoeveelheid dan 5%.
  • Er is geen minimale hoeveelheid bepaald waarin een ingrediënt of ingrediënten in een levensmiddel aanwezig moeten zijn.
  • Een percentage mag voor of achter (al dan niet met haakjes) het ingrediënt worden genoteerd.
  • De KWID-vermelding mag in geen geval tot misleiding leiden.

 

Zelf doen of uitbesteden?

U kunt natuurlijk proberen alle regels rondom KWID zelf toe te passen, maar heeft u hier wel tijd én zin in? Laat VoedingVeilig een check doen op uw etiketten, labels en/of verpakkingen. Benieuwd geworden naar de mogelijkheden, vraag dan gratis en vrijblijvend een kennismakingsgesprek aan.

Blog: Herkomstetikettering, verplicht of vrijwillig?

 

Herkomstetikettering, verplicht of vrijwillig?

Verordening (EU) nr. 1169/2011 is inmiddels niet meer weg te denken in de levensmiddelensector. Deze Europese wetgeving is in het leven geroepen om de consument een goede voedselkeuze te laten maken. Zo moet het voor de consument duidelijk zijn waar een levensmiddel vandaan komt met als doel eerlijke informatie te geven.

Omdat er nog veel onduidelijkheid bestond over de herkomstvermelding is op 28 mei 2018 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2018/775 gepubliceerd met nieuwe regels rondom de vermelding van het land van oorsprong en het land van herkomst van het primaire ingrediënt van een levensmiddel.

 

Wat wordt bedoeld met “land van oorsprong” of “plaats van herkomst”?

Het land van oorsprong is het land waar planten of dieren zijn geteeld of opgegroeid, of waar een ingrijpende bewerking van een voedingsmiddel plaatsvond. De plaats van herkomst is de plaats waar het levensmiddel is geproduceerd.

 

Wanneer vermelden “land van oorsprong” of “plaats van herkomst”?

Volgens Verordening (EU) nr. 1169/2011, artikel 26 is het vermelden van land van oorsprong of de plaats van herkomst verplicht:

  • a) indien het weglaten daarvan de consument zou kunnen misleiden.
  • b) voor vlees dat valt onder de codes van de Gecombineerde Nomenclatuur (GN) van bijlage XI. In bijlage XI worden de vleessoorten genoemd waarvoor de herkomstvermelding verplicht is.

Naast deze productcategorieën bestaat er ook verticale wettelijke verplichtingen aangaande oorsprongsvermelding, zoals voor honing, groenten en fruit, vis en olijfolie.

Indien het land van oorsprong of plaats van herkomst wordt vermeld en dit niet komt overeenkomt met de herkomst van het primaire ingrediënt, dan zou ook de herkomst van het primaire ingrediënt (of primaire ingrediënten) ook benoemd moeten worden.

Een naam, handelsnaam of adres van de exploitant vormt overigens geen aanwijzing van herkomst. Denk hierbij aan bijvoorbeeld een private label. Als de herkomst een ander land betreft, dan dient dit duidelijk vermeld te worden op een etiket.

 

Waarom een aanvulling op artikel 26 van Verordening (EU) nr. 1169/2011?

Het was altijd al een verplichting om de herkomst te vermelden als het weglaten van deze informatie de consument zou kunnen misleiden. Het was alleen onduidelijk hoe dit vermeld moest worden. In Verordening (EU) nr. 2018/775, art. 2 staan nu twee manieren van herkomstetikettering benoemd:

1. Een verwijzing naar een geografisch gebied dat voor de consument gemakkelijk te begrijpen is. Stel een primair ingrediënt komt afgewisseld uit Noorwegen en Nederland. Noorwegen valt niet onder de Europese wetgeving. De vermelding kan dan bijvoorbeeld op de volgende manier gemaakt worden:

  • EU en niet EU
  • Noorwegen en Nederland
  • EU (Nederland) en niet EU (Noorwegen)

2. Een vermelding dat de herkomst van het primaire ingrediënt van het levensmiddel niet gelijk is aan dat van het product. Zoals “(naam van het/de primaire ingrediënt(en) is/zijn niet afkomstig van (het land van oorsprong of de plaats van herkomst)”. Bijvoorbeeld aardbeienjam uit de Betuwe, waarin de aardbeien (het primaire ingrediënt) uit bijvoorbeeld Frankrijk afkomstig zijn wordt dit vermeld op de verpakking als: de aardbeien zijn niet afkomstig uit Nederland.

 

Primair ingrediënt, wat houdt dat precies in?

Het primaire ingrediënt kan gaan om een kwantitatief primair ingrediënt (omdat het bijvoorbeeld voor meer dan 50% van het levensmiddel uitmaakt, zoals de melk in kaas) of het kan gaan om een kwalitatief primair ingrediënt (omdat het gewoonlijk met de benaming van het levensmiddel wordt geassocieerd, zoals de knoflook in aioli).

Een levensmiddel kan 1 primair ingrediënt hebben, meer dan 1 primair ingrediënt of zelfs helemaal geen primair ingrediënt. Het primaire ingrediënt kan bij meer dan 1 primair ingrediënt ook bestaan uit bijvoorbeeld een kwantitatief primair ingrediënt én een kwalitatief primair ingrediënt.

 

Hoe dient deze afwijkende herkomst gepresenteerd te worden op de verpakking?

De afwijkende herkomst moet in hetzelfde gezichtsveld staan als de herkomstvermelding van het product. Ook dient het lettertype van deze tekst van het primaire ingrediënt minimaal 75% de grootte te zijn ten opzichte van de tekst over de herkomst. Het mag alleen in woorden vermeld worden en bijvoorbeeld niet doormiddel van grafische afbeeldingen.

 

Moet mijn verpakking aangepast worden na invoering van Verordening (EU) nr. 2018/775?

Allereerst moet u zich afvragen of herkomstvermelding een wettelijke verplichting is voor uw product. Is er mogelijk sprake van misleiding? Daarnaast is het van belang om na te gaan welke teksten en geografische afbeeldingen op het product gepresenteerd staan. Als de verpakking doet vermoeden dat de herkomst anders is dan het primaire ingrediënt, dan dient u de herkomst van het primaire ingrediënt te benoemen.

 

Zelf doen of uitbesteden?

U kunt natuurlijk proberen alle regels van de herkomstetikettering zelf te verzamelen en verwerken, echter dient er rekening gehouden te worden met diverse uitzonderingen en bepalingen. Wilt u weten of uw etiketten, labels en/of verpakkingen voldoen aan de herkomstetikettering, dan bent u bij VoedingVeilig aan het juiste adres. Benieuwd geworden naar de mogelijkheden, vraag dan gratis en vrijblijvend een kennismakingsgesprek aan.

Blog: Claims op de verpakking, wat is (niet) toegestaan?

 

Claims op de verpakking, wat is (niet) toegestaan?

Tegenwoordig kunt u op bijna iedere verpakking van levensmiddelen wel een claim lezen, zoals bijvoorbeeld de claim “rijk aan ijzer”, “bron van vitamine B12” of “light”.
Maar wat zegt deze claim nu eigenlijk? En zijn er ook verschillende soorten claims?

 

Wat is een claim?

Een claim op de verpakking van levensmiddelen is vaak een (positieve) bewering over de samenstelling en/of eigenschappen van het levensmiddel. Een fabrikant van een levensmiddel plaatst deze claim op de verpakking omdat gelijkwaardige producten van dezelfde fabrikant of concurrenten deze bewering niet waar (kunnen) maken.

Bijvoorbeeld op een zak naturel chips staat de claim “light”, wat aangeeft dat er bijvoorbeeld minder vet in deze chips zitten dan in andere soortgelijke naturel chips.

 

Verschillende soorten claims

Er zijn verschillende soorten claims, namelijk voedingsclaims, gezondheidsclaims en medische claims. Deze laatste claim is niet toegestaan op levensmiddelen. De andere 2 claims mogen dat -onder bepaalde voorwaarden- wel.

 

Voedingsclaims

Een voedingsclaim is een claim die gaat over de samenstelling van het betreffende levensmiddel. Officieel is het “een claim die stelt, de indruk wekt of impliceert dat een levensmiddel bepaalde heilzame voedingseigenschappen heeft die zijn toe te schrijven aan”.

 

Voorbeelden van voedingsclaims:

  • Vetvrij

De claim dat een levensmiddel vetvrij is, is alleen toegestaan als het vetgehalte van het product maximaal 0,5 g/100 g of 0,5 g/100 ml bedraagt.

  • Vezelrijk

De claim dat een levensmiddel vezelrijk is, is alleen toegestaan als het vezelgehalte van het product minimaal 6 g/100 g of 3 g/100 kcal bedraagt.

  • Bron van omega-3-vetzuren

Een claim dat een levensmiddel een bron van omega-3-vetzuren is, is alleen toegestaan als het product per 100 g en per 100 kcal ten minste 0,3 g alfa- linoleenzuur of ten minste 40 mg eicosapentaeenzuur en docosahexaeenzuur tezamen bevat.

 

De gehele lijst aan voedingsclaims staat omschreven in een Europese Verordening (1924/2006). Alleen voedingsclaims die in deze verordening zijn opgenomen mogen -onder bepaalde voorwaarden- worden geplaatst op verpakkingen van levensmiddelen. Andere voedingsclaims, zoals “zonder toegevoegde zoetstoffen”, “koolhydraatarm” of “eiwitvrij” zijn dus niet toegestaan.

 

Gezondheidsclaims

Een gezondheidsclaim is een claim die gaat over het effect van het betreffende levensmiddel. Officieel is het “een claim die stelt, de indruk wekt of impliceert dat er een verband bestaat tussen een levensmiddelencategorie, een levensmiddel of een bestanddeel daarvan en de gezondheid”.

 

Voorbeelden van gezondheidsclaims:

  • Calcium is nodig voor de instandhouding van normale tanden

De claim mag alleen worden gebruikt voor levensmiddelen die ten minste een bron van calcium zijn.

  • Linolzuur draagt bij tot de instandhouding van normale cholesterolgehalten in het bloed

De claim mag alleen worden gebruikt voor levensmiddelen die ten minste 1,5 g linolzuur per 100 g en per 100 kcal bevatten.

 

De gehele lijst aan gezondheidsclaims staat omschreven in een Europese Verordening (432/2012). Alleen gezondheidssclaims die in deze verordening zijn opgenomen mogen -onder bepaalde voorwaarden- worden geplaatst op verpakkingen van levensmiddelen. Andere gezondheidsclaims zijn dus niet toegestaan.

 

Er zijn ook nog 2 soorten speciale gezondheidsclaims:

Claims omtrent ziekterisicobeperking

Dit is een claim die stelt, de indruk wekt of impliceert dat de consumptie van een levensmiddelencategorie, een levensmiddel of een bestanddeel daarvan een risicofactor voor het ontstaan van een ziekte bij de mens in significante mate beperkt.

 

Voorbeeld van een ziekterisicobeperking claim:

  • Het is aangetoond dat plantenstanolesters het bloedcholesterol verlagen. Een hoog cholesterolgehalte is een risicofactor voor de ontwikkeling van coronaire hartziekten.

 

Claims omtrent ontwikkeling en gezondheid van kinderen

 

Voorbeeld van zo’n claim:

  • Vitamine D is nodig voor een normale groei en ontwikkeling van het beendergestel van kinderen.

Blog: Gereserveerde aanduidingen

 

Gereserveerde aanduidingen

Er zijn diverse levensmiddelen waarbij bepaalde benamingen pas mogen worden gebruikt indien het levensmiddel voldoet aan bepaalde eisen. Indien het levensmiddel niet (geheel) voldoet aan deze eisen (omschreven in diverse warenwetbesluiten), mag het levensmiddel geen verwijzing hebben naar deze benaming.

Hieronder zijn een aantal gereserveerde benamingen weergegeven. Opmerking: ga voor de actuele benamingen altijd naar de officiële website toe.

 

Warenwetbesluit Gereserveerde aanduidingen

Azijn:

De aanduiding azijn mag uitsluitend worden gebruikt voor een vloeibare waar die azijnzuur als kenmerkend bestanddeel (minstens 4 gram per 100 ml) bevat.

 

Mayonaise:

De aanduiding mayonaise mag uitsluitend worden gebruikt voor een eetwaar bestaande uit een emulsie van het type olie in water, die ten minste 70% vet en ten minste 5% eigeel bevat.

 

Vruchtenwijn:

De aanduiding vruchtenwijn mag uitsluitend worden gebruikt voor een gegiste drank die is bereid uit het sap van ander fruit dan druiven, met een alcoholgehalte van ten minste 8,5 volumeprocenten bij 20°C.

 

Roomijs:

De aanduiding roomijs mag uitsluitend worden gebruikt voor consumptie-ijs dat bestemd is om in bevroren toestand te worden genuttigd, en dat:

  • geen ander vet bevat dan melkvet;
  • een melkvetgehalte heeft van ten minste 5%; en
  • geen ander eiwit bevat dan melkeiwitten.

 

Limonade / Frisdrank:

De aanduiding limonade of frisdrank mag uitsluitend worden gebruikt voor een drinkwaar die geen alcohol bevat (tenzij dit door een natuurlijk gistingsproces onbedoeld en onvermijdelijk aanwezig is tot een gehalte van ten hoogste 5 gram ethylalcohol per liter), en die bestaat uit:

  • water, natuurlijk mineraalwater of bronwater; en
  • suikers of zoetstoffen;

waaraan mogen zijn toegevoegd:

  • koolzuur;
  • aroma’s;
  • eetbare bestanddelen van vruchten of planten;
  • vruchten- of plantensappen;
  • technische hulpstoffen; of bepaalde additieven (volgens Verordening (EG) nr. 1333/2008)

 

Bier:

De aanduiding bier mag uitsluitend worden gebezigd voor een drinkwaar verkregen na alcoholische gisting van wort, hoofdzakelijk bereid uit zetmeel- en suikerhoudende grondstoffen, hop en brouwwater (ten minste 60% van het extractgehalte van de wort, voor vergisting, dient afkomstig te zijn van geste- of tarwemout), en die bestaat uit:

  • gerstemout of tarwemout;
  • andere zetmeelhoudende grondstoffen;
  • suikerhoudende grondstoffen;
  • hop en zijn onderscheidene verwerkte vormen;
  • brouwwater (dat voldoet aan de eisen gesteld in de Drinkwaterwet) en dat in zijn minerale samenstelling en zuurgraad mag zijn aangepast aan de specifieke eisen, die de brouwprocessen van de onderscheidene biersoorten stellen;
  • gist;

waaraan mogen zijn toegevoegd:

 

Alcoholvrij bier:

De aanduiding alcoholvrij bier mag uitsluitend worden gebruikt voor bier dat ≤0,1 volumeprocent alcohol bevat en een extractgehalte van de stamwort heeft van ten minste 4%.

 

Alcoholarm bier:

De aanduiding alcoholarm bier mag uitsluitend worden gebruikt voor bier dat 0,1 en ≤1,2 volumeprocent alcohol bevat en een extractgehalte van de stamwort heeft van ten minste 4%.

 

Oud bruin:

De aanduiding oud bruin (en iedere daarop gebaseerde aanduiding) mag uitsluitend worden gebruikt voor gezoete donkergekleurde bieren met een extractgehalte van de stamwort van 7 tot 11%.

 

Pils:

De aanduiding pils (en ieder daarop gebaseerde aanduiding) mag uitsluitend worden gebruikt voor lichtgekleurde bieren met een extractgehalte van de stamwort van 11 tot 13,5%.

 

Bok / Bock:

De aanduiding bok, bock (en ieder daarop gebaseerde aanduiding) mag uitsluitend worden gebruikt voor bieren met een extractgehalte van de stamwort boven de 15%.

Dit zijn slechts een aantal voorbeelden, op “Warenwetbesluit Gereserveerde aanduidingen” staat de hele lijst.

 

Warenwetbesluit Meel en brood

Witbrood:

De aanduiding wit(te)brood mag uitsluitend worden gebruikt voor brood waarvan tarwebloem het voornaamste meelbestanddeel is en waarin zemelen met het blote oog niet waarneembaar zijn.

 

Bruinbrood / Tarwebrood:

De aanduiding bruinbrood of tarwebrood mag uitsluitend worden gebruikt voor brood waarvan (volkoren)tarwemeel -al dan niet gemengd met gebroken tarwe en tarwevlokken- het voornaamste meelbestanddeel is en waarin zemelen met het blote oog waarneembaar zijn.

 

Melkbrood:

De aanduiding melkbrood mag uitsluitend worden gebruikt voor brood waaraan melkbestanddelen in hun natuurlijke verhouding zijn toegevoegd, zodat het melkvetgehalte ten minste 1,5% van de droge stof bedraagt.

 

Krentenbrood:

Het woord krenten mag onderdeel uitmaken van de aanduiding van brood, indien dit ten minste 30% krenten bevat.

 

Rozijnenbrood:

Het woord rozijnen mag onderdeel uitmaken van de aanduiding van brood, indien dit ten minste 30% rozijnen bevat.

Dit zijn slechts een aantal voorbeelden, op “Warenwetbesluit Meel en brood” staat de hele lijst.

 

Warenwetbesluit Cacao en chocolade

Cacaopoeder / Cacao:

De aanduiding cacaopoeder of cacao mag uitsluitend en moet worden gebruikt voor cacaopoeder of cacao met:

  • ten minste 20% cacaoboter, uitgedrukt als gewichtsprocent van de droge stof;
  • en ten hoogste 9% water.

 

Chocolade:

De aanduiding chocolade mag uitsluitend en moet worden gebruikt voor chocolade met:

  • ten minste 35% droge cacaobestanddelen;
    • inclusief ten minste 18% cacaoboter;
  • en ten minste 14% vetvrije droge cacaobestanddelen.

 

Melkchocolade:

De aanduiding melkchocolade mag uitsluitend en moet worden gebruikt voor melkchocolade met:

  • ten minste 25% droge cacaobestanddelen;
  • ten minste 14% droge melkbestanddelen;
  • ten minste 2,5% vetvrije droge cacaobestanddelen;
  • ten minste 3,5% melkvet;
  • en in totaal aan cacaoboter en melkvet ten minste 25% vetten.

 

Witte chocolade:

De aanduiding witte chocolade mag uitsluitend en moet worden gebruikt voor witte chocolade met:

  • ten minste 20% cacaoboter;
  • en ten minste 14% droge melkbestanddelen;
    • inclusief ten minste 3,5% melkvet.

Dit zijn slechts een aantal voorbeelden, op “Warenwetbesluit Cacao en chocolade” staat de hele lijst.

 

Warenwetbesluit Zuivel

Karnemelk:

De aanduiding karnemelk mag uitsluitend worden gebezigd voor het uitsluitend uit koemelk door doelmatige microbiologische verzuring verkregen vloeibare zuivelproduct, met als kenmerkende eigenschappen:

  • een groot aantal levende melkzuurbacteriën;
  • een vetgehalte van ten hoogste 1,0%;
  • een gehalte aan melksuiker van ten minste 30% in de vetvrije droge stof;
  • een gehalte aan vetvrije droge stof van ten minste 7,3%;
  • en een pH van ten hoogste 5,0.

 

Vla:

De aanduiding vla mag uitsluitend worden gebezigd voor het dikvloeibare samengestelde zuivelproduct met:

  • als kenmerkende bestanddelen zetmeel en ten minste 50% koemelk;
  • andere voor de bereiding noodzakelijke eet- en drinkwaren;
  • en een melkvetgehalte van ten minste 2,6%.

 

Pap:

De aanduiding pap mag uitsluitend worden gebezigd voor het dikvloeibare samengestelde zuivelproduct met:

  • als kenmerkende bestanddelen granen, graanproducten of rijst, en ten minste 50% koemelk;
  • andere voor de bereiding noodzakelijke eet- en drinkwaren;
  • en een melkvetgehalte van ten minste 2,6%.

Dit zijn slechts een aantal voorbeelden, op “Warenwetbesluit Zuivel” staat de hele lijst.

 

Warenwetbesluit Vlees, gehakt en vleesproducten

Gehakt:

De aanduiding gehakt mag uitsluitend worden gebezigd voor gehakt met een vetgehalte van ten hoogste 25%, voor zover die aanduiding vergezeld gaat van:

  • de naam van het soort slachtdier;
  • of in volgorde van afnemend gewicht, de namen van de soorten slachtdieren; waarvan het vlees afkomstig is.

 

Half om half:

De aanduiding half om half mag uitsluitend worden gebezigd voor gehakt dat voor de ene helft van runderen en voor de andere helft van varkens afkomstig is, waarbij in de onderlinge verhouding een afwijking van 10% absoluut is toegestaan.

 

Tartaar:

De aanduiding tartaar mag uitsluitend worden gebezigd voor gehakt dat afkomstig is van runderen, met een vetgehalte van ten hoogste 10%.

 

Gehakte biefstuk:

De aanduiding gehakte biefstuk mag uitsluitend worden gebezigd voor gehakt dat afkomstig is van runderen, met een vetgehalte van ten hoogste 6%.

Dit zijn slechts een aantal voorbeelden, op “Warenwetbesluit Vlees, gehakt en vleesproducten” staat de hele lijst.

 

Alle bovenstaande teksten zijn afkomstig van diverse Warenwetbesluiten, te vinden op Overheid: Warenwetbesluiten.

Blog: Voedingswaarde, wat is dat precies?

 

Voedingswaarde, wat is dat precies?

Ieder product heeft een eigen voedingswaarde. In veel gevallen staat deze voedingswaarde vermeld op de verpakking. Maar wat zegt deze voedingswaarde nu eigenlijk? Is een product per definitie gezond bij een lage voedingswaarde en ongezond als de voedingswaarde hoog is?

 

Voedingswaarde, wat is dat nu eigenlijk precies?

Onze voeding bestaat uit verschillende voedingsstoffen. Al deze voedingsstoffen leveren bij elkaar opgeteld de voedingswaarde.

 

Verschillende soorten voedingsstoffen

Voeding bevat twee verschillende groepen voedingsstoffen (nutriënten), namelijk:

  • Macronutriënten: deze komen in grote hoeveelheden voor in voeding. Voorbeelden zijn bijvoorbeeld vetten, koolhydraten en eiwitten (alcohol behoort trouwens ook tot de macronutriënten).
  • Micronutriënten: deze komen in (zeer) kleine hoeveelheden voor in voeding. Voorbeelden zijn bijvoorbeeld vitamines en mineralen.

 

Macronutriënten:

Macronutriënten leveren naast voedingsstoffen ook energie voor het lichaam. Deze energie wordt aangeduid met kJ (kilojoule) en/of kcal (kilocalorieën).

1 gram vet levert 9 kcal (37 kJ)

Bij koolhydraten levert 1 gram 4 kcal (17 kJ)

1 gram eiwit levert 4 kcal (17 kJ)

En bij alcohol levert 1 gram 7 kcal (29 kJ)

Om van kcal naar kJ te rekenen dient vermenigvuldigd te worden met (ongeveer) 4,2. Let op: in de volksmond wordt vaak gesproken over calorieën, echter wordt er dan bedoeld kilocalorieën. 1 kilocalorie is namelijk 1000 calorieën.

 

Micronutriënten:

Micronutriënten leveren alleen voedingsstoffen voor het lichaam, ze leveren géén energie. Ze komen in (zeer) kleine hoeveelheden voor in onze voeding, maar zijn heel erg belangrijk voor alle functies in ons lichaam. Vitamines en mineralen zijn micronutriënten. Bij de mineralen wordt er vaak nog een onderscheid gemaakt in mineralen of spoorelementen. Het onderscheid zit (voornamelijk) in de hoeveelheid die het lichaam binnenkrijgt via de voeding. Bij mineralen gaat het om grammen die voorkomen in de voeding. Terwijl bij spoorelementen het om milligrammen of microgrammen gaat.

 

Vitamines:

  • Vitamine A
  • Thiamine (Vitamine B1)
  • Vitamine B2 (oftewel riboflavine)
  • Vitamine B3
  • Pantotheenzuur (Vitamine B5)
  • Vitamine B6 (oftewel pyrodoxine)
  • Vitamine B8
  • Foliumzuur (Vitamine B11)
  • Vitamine B12 (oftewel cobalamine)
  • Ascorbinezuur (Vitamine C)
  • Vitamine D
  • Vitamine E
  • Vitamine K

 

Mineralen:

  • Calcium
  • Chloor (chloride)
  • Fosfor
  • Kalium
  • Natrium
  • Magnesium

 

Spoorelementen:

  • Chroom (chromium)
  • Fluoride (fluor)
  • IJzer
  • Jodium (jood)
  • Koper
  • Mangaan
  • Molybdeen
  • Seleen (selenium)
  • Zink

 

Hoe komt de voedingswaarde tot stand?

De vermelde voedingswaarden op de verpakking (etiket) zijn naar behoren vastgestelde gemiddelde waarden. Dat kan dus inhouden dat door natuurlijke schommelingen en/of seizoensinvloeden de vermelde waarden hoger/lager zijn dan de werkelijkheid. De gemiddelde waarde dient echter wel een realistische weergave van de voedingswaarde te zijn.

De voedingswaarde kan op drie manieren worden vastgesteld:

  • De analyse van een levensmiddel door de fabrikant
  • De berekening op basis van de bekende of effectieve gemiddelde waarde van de verstrekte ingrediënten
  • De berekening aan de hand van algemeen vaststaande en aanvaarde gegevens

 

Voedingswaarde in de winkel

Op verpakkingen (etiketten) in de winkel staat in veel gevallen een verplichte voedingswaardevermelding vermeld, volgens de wetgeving (Verordening (EU) nr. 1169/2011, betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten).

Deze verplichte voedingswaardevermelding omvat de volgende items:

  • Energie (kJ / kcal)
  • Vetten
    • (waarvan) Verzadigde vetzuren
  • Koolhydraten
    • (waarvan) Suikers
  • Eiwitten
  • Zout

 

Optioneel mogen nog onderstaande hieraan worden toegevoegd:

  • Enkelvoudig onverzadigde vetzuren
  • Meervoudig onverzadigde vetzuren
  • Polyolen
  • Zetmeel
  • Vezels
  • En vitamines / mineralen als deze in een significante hoeveelheid aanwezig zijn

 

Andere voedingswaarden (zoals bijvoorbeeld trans-vetzuren) mogen momenteel niet worden vermeld op de verpakking (etiket).

 

Referentie-innames (volwassenen)

De referentie-innames voor volwassenen zijn gebaseerd op wettelijke vastgelegde richtwaarden voor een (uit)gebalanceerd voedingspatroon.

 

  • Energie 8400 kJ / 2000 kcal
  • Vetten (totaal) 70gram
  • Verzadigde vetzuren 20gram
  • Koolhydraten (totaal) 260gram
  • Suikers 90gram
  • Eiwitten 50gram
  • Zout 6gram

 

Consumptie-eenheid

Voor de consument dient de consumptie-eenheid (portie) makkelijk herkenbaar te zijn. De term verwijst namelijk naar de eenheid die afzonderlijk geconsumeerd kan worden.

Toch is er veel verwarring rondom de consumptie-eenheid. Bijvoorbeeld bij verpakte tussendoortjes is bij het ene merk het gehele pakje (met 2 of 3 koekjes) de “consumptie-eenheid”, terwijl bij het andere merk slechts 1 van de 2 á 3 koekjes (in het pakje) aan wordt gemerkt als “consumptie-eenheid”.

Ook bij roomijs is er verwarring rondom een consumptie-eenheid. Zo staat op de ene verpakking met roomijs dat 50 gram 1 portie is, terwijl bij de andere verpakking roomijs 100 gram geldt als 1 portie.

Zelfs bij hetzelfde merk zijn er onderling verschillen. Bij het ene soort koekje of smaak ijs is de consumptie-eenheid anders dan bij een soort gelijk product van dezelfde leverancier.

 

Vrijgestelde levensmiddelen(groepen)

Bij onderstaande levensmiddelen hoeft op de verpakking géén voedingswaarde aanwezig te zijn. Natuurlijk mag dit wel (dan dient wel rekening gehouden te worden met de verplichte items uit de voedingswaardevermelding).

 

Onverwerkte producten die bestaan uit één ingrediënt

  • Voorbeelden: een bakje met champignons, een zak aardappelen, een verpakking rijst, of bijvoorbeeld een potje honing.
    • De precieze uitleg van onverwerkte producten is: „onverwerkte producten”: levensmiddelen die geen behandeling hebben ondergaan, met inbegrip van producten die zijn verdeeld, in partjes, plakken of stukken gesneden, uitgebeend, gehakt, van de huid ontdaan, gemalen, versneden, gereinigd, bijgesneden, gepeld, geplet, gekoeld, bevroren, diepgevroren of ontdooid (Verordening (EG) nr. 852/2004, inzake levensmiddelenhygiëne).

 

Verwerkte producten die als enige vorm van verwerking zijn gerijpt en die bestaan uit één ingrediënt

  • Voorbeeld: verpakking met dry-aged vlees

 

Water, inclusief water met kooldioxide en/of aroma’s

  • Bijvoorbeeld: een fles bruisend mineraalwater citroen

 

Kruiden, specerijen en mengsel ervan

  • Zoals: een potje met oregano of een zakje met nootmuskaat

 

Zout en zoutvervangers

  • o.a.: een strooibus keukenzout

 

Tafelzoetstoffen

  • Voorbeeld: een dispenser met zoetjes

 

Koffie en thee

  • Voorbeelden: een zak koffiebonen of een doos theezakjes

 

Azijn, inclusief azijn met aroma’s

  • Zoals: een fles natuurazijn

 

Aroma’s, levensmiddelenadditieven, technische hulpstoffen, voedingsenzymen, gelatine, jamgeleermiddel en gist

  • Voorbeelden: een verpakking met gelatineblaadjes of een verpakking met gist

 

Kauwgom

  • o.a.: een blister verpakking met peppermint kauwgom

 

Levensmiddelen in zeer kleine verpakkingen (<25 cm2)

  • Zoals: losse verpakking van een rol snoepjes

 

Levensmiddelen, met inbegrip van ambachtelijke levensmiddelen, die rechtstreeks door de producent in kleine hoeveelheden worden geleverd aan de eindverbruiker of aan de plaatselijke detailhandel die rechtstreeks aan de eindverbruiker levert

  • Bijvoorbeeld: een kerststol die geleverd wordt door een plaatselijke bakker.

Blog: Recalls door foutieve allergenendeclaratie

 

Recalls door foutieve allergenendeclaratie

Bijna wekelijks zijn er wel één of meerdere recalls (terughaalacties) in het nieuws op het gebied van voeding. Ieder jaar lijken er wel meer recalls te zijn door o.a. een foutieve allergenendeclaratie. Maar klopt deze constatering wel? En nog veel belangrijker wat kan er gedaan worden om dit tot een minimum te reduceren?

 

Wanneer is iets een recall?

De NVWA onderzoekt de meldingen van (mogelijk) onveilige levensmiddelen. Het is namelijk verboden om levensmiddelen in de handel te brengen (of in opslag te hebben) die onveilig zijn. Bij verdenking van een onveilig levensmiddel dient dit gemeld te worden aan de NVWA.

De NVWA bekijkt samen met het bedrijf hoe groot het risico is en wat de vervolgstap dient te zijn. Dit leidt in bepaalde gevallen tot een terughaalactie (recall) vanuit de bedrijfsopslag en/of de winkelschappen.


Voor deze afweging wordt in veel gevallen (vooraf) gekeken naar de meldwijzer. In de beslisboom bij de meldwijzer worden diverse stappen doorlopen om te bepalen wat de status is van het levensmiddel. Is het levensmiddel veilig of toch onveilig, schadelijk of ongeschikt voor consumptie.

Het onterecht niet melden van een mogelijk onveilig levensmiddel wordt door de NVWA beschouwd als een overtreding.

 

Recalls in Nederland en België?

In Nederland en België zijn er in 2018 significant meer recalls geweest -dan voorgaande jaren- als het om voeding (en voedingssupplementen) gaat. Deze recalls zijn in beide landen onder te verdelen in de volgende typen:

  • Allergenen
  • Microbiologisch
  • Productvreemde bestanddelen
  • Chemisch
  • Overig (o.a. foutieve THT-datum)

 

Nederland 2018 (t/m november)

  • Totaal (t/m eind november)
    • 89 recalls
    • 35 recalls door allergenen
    • 28 recalls op microbiologisch gebied (o.a. Salmonella en Listeria)
    • 11 recalls op het gebied van productvreemde bestanddelen (o.a. plastic en rubber)
    • 9 recalls op chemisch gebied (o.a. waterstofcyanide en aflatoxine)
    • 6 overige recalls, bijvoorbeeld doordat blikken een ventiel missen, waardoor de druk te hoog kan worden in het (ongeopende) blik

39% van de recalls werd veroorzaakt door allergenen.

 

Nederland 2017

  • Totaal 65 recalls
    • 41 recalls door allergenen
    • 15 recalls op microbiologisch gebied (o.a. Salmonella en Listeria)
    • 6 recalls op het gebied van productvreemde bestanddelen (o.a. glas en spelden)
    • 3 overige recalls, bijvoorbeeld door een foutieve THT-datum op de verpakking

63% van de recalls wordt veroorzaakt door allergenen.

 

In Nederland worden de recalls (veiligheidswaarschuwingen) voor een groot deel geplaatst op de website van de NVWA.

 

 

België 2018 (t/m november)

  • Totaal (t/m eind november) 165 recalls
    • 54 recalls op microbiologisch gebied (o.a. Salmonella en Listeria)
    • 39 recalls door allergenen
    • 36 recalls op chemisch gebied (o.a. aflatoxine en pesticiden)
    • 24 recalls op het gebied van productvreemde bestanddelen (o.a. glas en metaal)
    • 12 overige recalls, bijvoorbeeld door een mogelijke perforatie in de verpakking

24% van de recalls werd veroorzaakt door allergenen.

 

België 2017

  • Totaal 71 recalls
    • 25 recalls door allergenen
    • 25 recalls op microbiologisch gebied (o.a. Salmonella en Listeria)
    • 11 recalls op chemisch gebied (o.a. aflatoxine en PAK’s)
    • 5 recalls op het gebied van productvreemde bestanddelen (o.a. glas en metaal)
    • 5 overige recalls, bijvoorbeeld door een foutieve THT-datum op de verpakking

35% van de recalls werd veroorzaakt door allergenen.

 

In België worden de recalls (productterugroepingen) voor een groot deel geplaatst op de website van de FAVV.

 

 

Oorzaken van recalls door allergenen

Recalls op het gebied van allergenendeclaratie worden voornamelijk veroorzaakt door:

  • Ingrediënten vergeten te vermelden op etiket/verpakking
  • Verkeerd etiket op de eindverpakking
  • Ander product in de eindverpakking
  • Verkeerde vertaling vanuit een ander taal
  • Verkeerd gebruik van symbolen (bijvoorbeeld een glutenvrij symbool plaatsen op een product dat wel gluten bevat)
  • Fout in het productproces (waardoor bijvoorbeeld het gehalte aan lactose hoger is dan staat vermeld op de eindverpakking)

Oorzaak: meestal is er ergens bij de interne communicatie iets “mis” gegaan. Bijvoorbeeld dat er een vanuit de planning een productierun is omgewisseld en dit niet aan alle medewerkers (goed) is doorgegeven. Of bijvoorbeeld dat de kwaliteitsafdeling een vernieuwde versie van het etiket heeft gemaakt, maar dit (nog) niet bekend is bij de productieafdeling.

 

Oorzaken van recalls door (te hoge gehaltes aan) pathogene micro-organismen

Recalls op microbiologisch gebied worden vooral veroorzaakt door:

  • Salmonella
  • Listeria monocytogenes
  • Escherichia coli
  • Bacillus cereus

Oorzaak: meestal is er iets “mis” gegaan in het productieproces waardoor bovenstaande pathogene micro-organismen (in te hoge gehaltes) aanwezig zijn in het eindproduct. Bijvoorbeeld doordat het (eind)product onvoldoende (lang) verhit is geweest en daardoor een risico kan opleveren voor de volksgezondheid.

Ook bij reguliere laboratoriumanalyses komt er regelmatig naar voren dat eindproducten niet voldoen aan de wettelijk gestelde eisen.

Voeding die besmet is met (grote aantallen) pathogene micro-organismen is vooral gevaarlijk voor YOPI’s. YOPI staat voor: young (jongeren, <5 jaar), old (ouderen, >65 jaar), pregnant (zwangeren) en immunocompromised (immunodeficiënt, mensen met een niet goed werkend immuunsysteem).

 

Oorzaken van recalls door productvreemde bestanddelen

Recalls op het gebied van productvreemde bestanddelen kunnen bijvoorbeeld worden veroorzaakt door:

  • Inkoop van grondstoffen en halffabricaten die verontreinigd zijn met bijvoorbeeld glas, metaal, plastic, steentjes, hout of rubber
  • Het productieproces tijdens de vervaardiging van het eindproduct, bijvoorbeeld er breekt iets af in de machine tijdens het afvullen
  • Opzettelijk toevoegen van productvreemde bestanddelen aan (eind)producten door personeel

Oorzaak: ondanks alle zorgvuldige (ingangs)controles blijft er een kleine kans bestaan op voeding met een productvreemd bestanddeel.

 

Oorzaken van recalls door (te hoge gehaltes aan) chemische stoffen

Recalls op chemisch gebied worden vooral veroorzaakt door (een te hoog gehalte aan):

  • Aflatoxine B1 (en/of B2, G1 en G2)
  • PAK’s (polycyclische aromatische koolwaterstoffen)
  • Ftalaten
  • Alkaloïden
  • Benzo(a)pyreen
  • Lood
  • PCB’s (polychloorbifenylen)
  • Cafeïne
  • Acrylamide
  • Ochratoxine A
  • 3-MCPD (3-monochloorpropaan-1,2-diol)
  • Waterstofcyanide
  • Cadmium
  • Nicotine
  • Minerale oliën
  • Glycidyl
  • Pesticiden

Oorzaak: meestal zit er in de grondstoffen van de betreffende (eind)producten al een te hoog gehalte aan bijvoorbeeld zware metalen. Dit kan komen door verschillende redenen. Bijvoorbeeld doordat in het land van oorsprong een hoger gehalte in de grondstof mag zitten. Of bijvoorbeeld doordat de landbouwgrond vervuild is. Ook tijdens bepaalde processen (bijvoorbeeld de raffinage van plantaardige oliën) kunnen schadelijk stoffen ontstaan.

Blog: Allergenenwetgeving

 

Allergenenwetgeving

Sinds december 2014 moeten nu ook alle aanbieders van onverpakte levensmiddelen (zoals de detailhandel en horeca) allergeneninformatie geven over hun producten/gerechten aan consumenten. Dit is vastgelegd in een nieuwe Europese wet (Verordening (EU) Nr. 1169/2011).

Helaas blijkt dat niet alle ondernemers in de detailhandel en horeca even goed op de hoogte zijn welke allergenen er in hun producten/gerechten zitten. Mensen met een voedselovergevoeligheid krijgen helaas dan of verkeerd advies (“nee er zit echt geen melk in uw hoofdgerecht”, terwijl later blijkt dat het vlees in roomboter is gebakken) of het advies om bijvoorbeeld maar een simpele salade te nemen (“want daar zit niets verkeerds in”).

 

1169/2011

De Verordening (EU) Nr. 1169/2011, betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten wordt vaak afgekort tot 1169/2011. In deze Europese wet staat niet alleen maar vermeld wat de regels zijn op het gebied van allergenen, maar nog veel meer.

Per artikel zal ik een korte en heldere samenvatting geven (deze samenvatting is natuurlijk niet volledig):

 

Artikel 1: Onderwerp en toepassingsgebied

De bedoeling van deze verordening is om de basis te leggen voor de waarborging van consumentenbescherming ten aanzien van voedselinformatie.

 

Artikel 2: Definities

In de verordening worden bepaalde woorden gebruikt en in dit artikel wordt de definitie van diverse woorden uitgelegd.

 

Artikel 3: Algemene doelstellingen

De doelstelling is om bij de verstrekking van voedselinformatie een basis te verschaffen voor het maken van doordachte keuzes door de consument.

 

Artikel 4: Beginselen van de verplichte voedselinformatie

De bedoeling is voedselinformatie te geven omtrent o.a. samenstelling, eigenschappen, houdbaarheid, bewaring en effect op de gezondheid.

 

Artikel 5: Raadpleging van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid

 

Artikel 6: Basisvoorschrift

Deze verordening heeft betrekking op levensmiddelen die bestemd zijn voor levering aan de eindverbruiker (= consument) of aan grote cateraars (= o.a. restaurants, kantines en instellingen).

 

Artikel 7: Eerlijke informatiepraktijken

De verstrekte voedselinformatie mag niet misleidend zijn.

 

Artikel 8: Verantwoordelijkheden

Wie is er verantwoordelijk voor de verstrekte voedselinformatie? In veel gevallen zal dit de producent van het levensmiddel zijn.

 

Artikel 9: Lijst van verplichte vermeldingen

De volgende vermeldingen zijn verplicht op een levensmiddel (uitzonderingen zullen in diverse artikelen worden besproken):

  • De benaming van het levensmiddel
  • De lijst van ingrediënten
  • De allergenen welke aanwezig zijn in het levensmiddel
  • De hoeveelheid van bepaalde ingrediënten of categorieën ingrediënten
  • De nettohoeveelheid van het levensmiddel
  • Bijzondere bewaarvoorschriften en/of gebruiksvoorwaarden
  • De (handels)naam en het adres van de bedoelde exploitant van een levensmiddelenbedrijf
  • Het land van oorsprong of de plaats van herkomst
  • Een gebruiksaanwijzing, als het levensmiddel moeilijk te gebruiken is zonder gebruiksaanwijzing
  • Voor dranken met een alcoholvolumegehalte van meer dan 1,2%: het effectieve alcoholvolumegehalte
  • Een voedingswaardevermelding

 

Artikel 10: Bijkomende verplichte vermeldingen voor specifieke typen of categorieën levensmiddelen

In bijlage III van deze verordening zijn bijkomende verplichtingen vermeld voor specifieke typen of categorieën levensmiddelen.

 

Artikel 11: Maten en gewichten

 

Artikel 12: Beschikbaarheid van de verplichte voedselinformatie en plaats waar zij wordt aangebracht

Voor alle levensmiddelen is de verplichte voedselinformatie beschikbaar en gemakkelijk toegankelijk.

 

Artikel 13: Presentatie van verplichte vermeldingen

Het is verplicht om de voedselinformatie op een duidelijk zichtbare plaats én in duidelijke leesbare (onuitwisbare) letters aan te brengen.

 

Artikel 14: Verkoop op afstand

Bij voorverpakte levensmiddelen die te koop worden aangeboden door middel van technieken voor communicatie op afstand (zoals webshops), dat alle informatie uit artikel 9 (met uitzondering van de houdbaarheidsdatum) aanwezig is vóórdat de aankoop plaatsvindt.

 

Artikel 15: Taalvoorschriften

De verplicht voedselinformatie wordt aangebracht in een taal (of talen) die gemakkelijk te begrijpen is voor consumenten van de lidstaten waar het betreffende levensmiddel in de handel wordt gebracht.

 

Artikel 16: Weglating van verplichte vermeldingen

 

Artikel 17: Benaming van het levensmiddel

In het beginsel is de benaming van het levensmiddel zijn wettelijke benaming. Bij het ontbreken hiervan is de benaming van het levensmiddel de gebruikelijke benaming en indien deze er ook niet is dan is het een beschrijvende benaming van het levensmiddel.

 

Artikel 18: Lijst van ingrediënten

De lijst van ingrediënten wordt vooraf gegaan door het woord “ingrediënten”.

 

Artikel 19: Weglating van de lijst van ingrediënten

Op bepaalde levensmiddelen hoeft géén lijst van ingrediënten vermeld te worden (o.a. verse groenten, vers fruit, koolzuurhoudend water en gistingsazijn).

 

Artikel 20: Weglating van bestanddelen van een levensmiddel uit de lijst van ingrediënten

 

Artikel 21: Etikettering van bepaalde stoffen en producten die allergieën of intoleranties veroorzaken

Allergenen (momenteel 14 wettelijke allergenen) worden opgenomen in de lijst van ingrediënten en hebben een andere typografie om zich te kunnen onderscheiden. (een andere typografie is bijvoorbeeld dikgedrukt of in hoofdletters)

 

Artikel 22: Kwantitatieve vermelding van de ingrediënten

In bepaalde gevallen is de vermelding van de hoeveelheid van een gebruikt ingrediënt of gebruikte categorie van ingrediënten in het levensmiddel vereist.

 

Artikel 23: Nettohoeveelheid

De nettohoeveelheid wordt bij volume-eenheden -voor vloeibare producten- uitgedrukt in bijvoorbeeld liter of milliliter en wordt bij massa-eenheden – voor ander soort producten (dan vloeibare producten)- uitgedrukt in bijvoorbeeld kilogram of gram.

 

Artikel 24: Datum van minimale houdbaarheid, uiterste consumptiedatum en datum van invriezing

Bij levensmiddelen die uit microbiologisch oogpunt zeer bederfelijk zijn (en daarmee na korte tijd een onmiddellijk gevaar voor de gezondheid kan opleveren) wordt de datum van minimale houdbaarheid vervangen door de uiterste consumptiedatum.

 

Artikel 25: Bewaarvoorschriften of gebruiksvoorwaarden

Voorschriften voor levensmiddelen die bijzondere bewaarvoorschriften en/of gebruiksvoorwaarden hebben worden aangegeven.

 

Artikel 26: Land van oorsprong of plaats van herkomst

 

Artikel 27: Gebruiksaanwijzingen

Als voor het gebruik van een levensmiddel een gebruiksaanwijzing noodzakelijk is wordt deze wordt deze aangegeven.

 

Artikel 28: Alcoholgehalte

 

Artikel 29: Relatie met andere wetgeving

Sommige levensmiddelen vallen onder het toepassingsgebied van een andere wetgeving (o.a. voedingssupplementen).

 

Artikel 30: Inhoud

De verplichte voedingswaardevermelding omvat het volgende:

  • Energetische waarde
  • Vetten
  •    Verzadigde vetzuren
  • Koolhydraten
  •    Suikers
  • Eiwitten
  • Zout

 

Daarnaast mag het worden aangevuld met één of meer van de volgende nutriënten:

  • Enkelvoudig onverzadigde vetzuren
  • Meervoudig onverzadigde vetzuren
  • Polyolen
  • Zetmeel
  • Vezels
  • Vitaminen (alleen bij significante hoeveelheden)
  • Mineralen (alleen bij significante hoeveelheden)

 

Artikel 31: Berekening

In bijlage XIV van de verordening staat omschreven hoe de energetische waarde wordt berekend aan de hand van de omrekeningsfactoren.

 

Artikel 32: Uitdrukking in 100 g of 100 ml

De energetische waarde en hoeveelheden nutriënten worden uitgedrukt in bepaalde meeteenheden.

 

Artikel 33: Uitdrukking per portie of consumptie-eenheid

In bepaalde gevallen mag de energetische waarde en de hoeveelheid nutriënten (ook) worden uitgedrukt per portie en/of consumptie-eenheid.

 

Artikel 34: Presentatie

De verplichte voedingswaardevermelding én eventueel aangevulde nutriënten worden in hetzelfde gezichtsveld aangebracht.

 

Artikel 35: Aanvullende vormen van uitdrukking en presentatie

De uitdrukkingsvormen van de verplichte voedingswaardevermelding mag ter aanvulling ook gepresenteerd worden in andere grafische vormen of symbolen dan woorden en getallen.

 

Artikel 36: Van toepassing zijnde voorschriften

Bij een vrijwillige vermelding van de voedselinformatie dient dit wel te voldoen aan de genoemde voorgaande voorschriften.

 

Artikel 37: Presentatie

Het vermelden van de vrijwillige voedselinformatie mag niet ten koste gaan van de ruimte die beschikbaar is voor de verplichte voedselinformatie.

 

Artikel 38: Nationale maatregelen

 

Artikel 39: Nationale maatregelen inzake bijkomende verplichte vermeldingen

 

Artikel 40: Melk- en melkproducten

 

Artikel 41: Alcoholhoudende dranken

 

Artikel 42: Uitdrukken van de nettohoeveelheid

 

Artikel 43: Vrijwillige vermelding van referentie-innames voor specifieke bevolkingsgroepen

 

Artikel 44: Nationale maatregelen voor niet-voorverpakte levensmiddelen

Indien levensmiddelen niet voorverpakt aan de eindverbruiker of grote cateraar te koop worden aangeboden of voor levensmiddelen die op de plaats van verkoop (op verzoek) worden verpakt is alleen de vermelding van de allergenen verplicht.

 

Artikel 45: Kennisgevingsprocedure

 

Artikel 46: Wijzigingen in de bijlagen

 

Artikel 47: Overgangsperiode en datum van inwerkingtreding van de uitvoeringsmaatregelen of gedelegeerde handelingen

 

Artikel 48: Comité

 

Artikel 49: Wijzigingen in Verordening (EG) nr. 1924/2006

 

Artikel 50: Wijzigingen in Verordening (EG) nr. 1925/2006

 

Artikel 51: Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

 

Artikel 52: Spoedprocedure

 

Artikel 53: Intrekking

 

Artikel 54: Overgangsmaatregelen

 

Artikel 55: Inwerkingtreding en datum van toepassing

 

Zelf doen of uitbesteden?

U kunt natuurlijk proberen alle informatie rondom allergenen zelf te verzamelen en te verwerken. Maar het risico bestaat dan dat u het niet correct doet en daarmee onbedoeld een soort schijnzekerheid afgeeft aan consumenten met een voedselovergevoeligheid. Wilt u dit laten doen door een professional, dan bent u bij VoedingVeilig aan het juiste adres. Benieuwd geworden naar de mogelijkheden, vraag dan gratis en vrijblijvend een kennismakingsgesprek aan.