Blog: Keurmerken op voeding

 

Keurmerken op voeding

Steeds meer verpakkingen bevatten een keurmerk. Het zou de consument moeten helpen bij het maken van een gezondere keuze of duurzaam verantwoorde keuze, maar is dit ook zo?

 

Wat is een keurmerk?

Een keurmerk wordt gezien als een beeldmerk/logo wat veelal op de voorzijde van een verpakking wordt afgebeeld. Het beeldmerk/logo laat zien dat een product voldoet aan bepaalde eisen die voor het betreffende keurmerk zijn opgesteld. Bijvoorbeeld of een product een duurzamere of gezondere keuze is. Het dient ervoor om consumenten een bewuste(re) keuze te laten maken bij de aankoop van een product.

Een keurmerk wordt in principe getoetst door een onafhankelijke en deskundige instantie, afkomstig van een betrouwbare bron. De keurmerkeigenaar verkoopt zelf géén producten. Bij een keurmerk kan een certificaat uitgegeven worden waarop de keurmerk verlenende instantie verklaart dat een product aan de specifieke eisen -van het keurmerk- voldoet.

 

Wat zegt een keurmerk?

Dat is nog altijd een lastige vraag. Er worden heel veel keurmerken gebruikt en veelal gaan ze maar over één duurzaamheidsthema. En als een product geen keurmerk draagt, is het ook niet altijd minder duurzaam, maar een keurmerk geeft wel garanties.

 

Waarom een keurmerk?

Steeds meer consumenten maken een bewustere keuze als het om voeding gaat. Er is steeds meer behoefte aan duidelijkheid. Een product met een bepaald keurmerk kan zich op aan aantal manieren onderscheiden ten opzichte van een gangbaar product. Het kan aangeven dat een product veilig en/of gezond en/of duurzaam geproduceerd is, maar ook of het geteeld is volgens biologische productiemethoden of een streekeigen karakter heeft. Het kan voor de consument een makkelijk hulpmiddel zijn om een weloverwogen keuze te maken.

Indien een product overigens geen keurmerk heeft, dan hoeft dit niet te betekenen dat het product niet duurzaam is verkregen. Het is echter alleen niet aantoonbaar gemaakt.

 

Is een keurmerk altijd betrouwbaar?

De afgelopen jaren zijn er ontzettend veel keurmerken bij gekomen. Er zijn wel rond de 100 duurzaamheidskeurmerken voor voeding in omloop. Dat maakt het voor de consument niet makkelijk om een goede keuze te maken. Milieu Centraal heeft met medewerking van het Voedingscentrum en andere experts diverse keurmerken in 2019 opnieuw bekeken en beoordeeld.

Bij de beoordeling is vooral gekeken naar de duurzaamheidswinst, transparantie en de betrouwbaarheid. Met transparantie wordt bedoeld dat informatie over het keurmerk makkelijk te vinden is voor de consument en een goed beeld geeft waar het keurmerk over gaat en wat de eisen zijn. Daarnaast hebben ze onderscheid gemaakt tussen onafhankelijke keurmerken en eigen logo’s van producenten.

 

Er zijn 10 TOPkeurmerken uit de beoordeling naar voren gekomen die het hoogst scoren op 3 eisen:

  • ambitie: de eisen met betrekking tot milieu, dierwelzijn en/of mens & werk gaan veel verder dan gemiddeld in de sector
  • transparantie: de eisen zijn eenvoudig te vinden online en zijn ook concreet geformuleerd. Daardoor zijn ze voor iedereen makkelijk te begrijpen
  • betrouwbaarheid en betrokkenheid: er is een onafhankelijke controle, bij voorkeur goedgekeurd door de Raad voor Accreditatie (of een vergelijkbare buitenlandse instelling). Of het keurmerk is lid van ISEAL (onafhankelijke organisatie voor het bevorderen van duurzaamheid). Daarnaast volgen er ook maatregelen voor de gebruikers indien zij niet voldoen aan de eisen van het keurmerk en er wordt jaarlijks verslag gedaan van de duurzaamheidsprestaties

 

ASC staat voor Aquaculture Stewardship Council. Het is bedoeld voor kweekvis en heeft als doel de invloed van het kweken van vis op het milieu te verlagen. Het heeft regels voor minder antibioticagebruik, duurzaam visvoer en betere arbeidsomstandigheden voor het personeel.

 

Het Beter Leven keurmerk staat voor dierenwelzijn. Het kent drie niveaus voor dierenwelzijn: 1, 2 of 3 sterren. Wat een ster precies inhoudt, hangt af van het diersoort, maar in het algemeen geldt dat 1 ster staat voor een kleine verbetering van het dierenwelzijn t.o.v. gangbare vleesproducten. 2 sterren gaat al iets verder op het gebied van dierenwelzijn, zoals meer ruimte en afleiding. 3 sterren staan op biologische producten of vergelijkbare systemen. Het verschil tussen de sterren zit bijvoorbeeld in de ruimte die dieren krijgen, de stalcondities, of dieren naar buiten kunnen en transportduur.

 

Demeter is een keurmerk voor biodynamische landbouw en voeding. Het voldoet minimaal aan de normen van biologische landbouw, maar het gaat een stap verder. Boeren en verwerkers dienen zich te houden aan normen en richtlijnen, welk zijn opgenomen in een handboek. Op de website is veel informatie hierover te vinden.

 

Fairtrade is een keurmerk van de Nederlandse stichting Max Havelaar. Het garandeert dat producten voldoen aan normen voor eerlijke handel en rekening houdt met het milieu. Boeren en telers ontvangen een vaste minimumprijs. Het keurmerk wordt gebruikt op producten afkomstig uit ontwikkelingslanden.

 

Het Biologisch keurmerk is een Europees keurmerk voor biologische producten. Biologisch heeft een wettelijke status. Er zijn strenge eisen voor dierwelzijn en milieu. Dieren moeten naar buiten kunnen en krijgen biologisch voer. In de stal hebben ze meer ruimte dat gangbaar vee. Er zijn strenge eisen aan het antibioticagebruik.

 

EKO is een keurmerk wat gelijk staat aan die van het Europese keurmerk voor biologische landbouw. Het geeft aan dat een product afkomstig is van biologische landbouw. Het is gebaseerd op het Europees keurmerk voor biologische producten en daarnaast aangevuld met plusnormen voor het behoud van milieu, natuur en landschap en het welzijn van dieren.

 

MSC staat voor Marine Stewardship Council en staat op visproducten die afkomstig zijn van duurzame visserij. Er vindt geen overbevissing plaats en er wordt zo min mogelijk schade toegebracht aan het leven in de zee, met weinig bijvangst.

 

Rainforest Alliance is een keurmerk voor o.a. koffie, thee, chocolade en bananen. Het zet zich in voor natuurbehoud en betere sociale omstandigheden in landbouw, bosbouw en toerisme. Er is een onafhankelijke controle door geaccrediteerde partijen. Als het product een logo draagt, dan is minimaal 90% van de ingrediënten gecertificeerd. Producten waarbij 30-90% van de ingrediënten gecertificeerd is, mogen het logo dragen, maar op de verpakking moet dan de tekst zijn toegevoegd die het percentage aangeeft.

 

UTZ is een keurmerk voor eerlijke handel in koffie, thee, cacao en hazelnoten. Er worden minder bestrijdingsmiddelen gebruikt en boeren en telers ontvangen een eerlijke prijs en werken onder goede werkomstandigheden.

 

Met ingang van 2019 is er een nieuwe internationale naam voor het Milieukeur-keurmerk: On The Way To PlanetProof. Het keurmerk kun je tegenkomen op zuivel, groenten en fruit, eieren, maar ook op bloemen, planten, bomen en bloembollen. Het doel is dat het productie duurzamer geproduceerd is en daardoor beter voor natuur, milieu, klimaat en dier.

 

Wat kan een keurmerk opleveren?

Het blijkt dat keurmerken echt een meerwaarde geven aan een product. Recent onderzoek wijst uit dat de consument meer duurzame producten koopt. In 2019 groeide de omzet van voedsel met een duurzaamheidskeurmerk met maar liefst 26%, terwijl de totale voedselomzet met 4,2% steeg. Dat blijkt uit de Monitor Keurmerken Retail. Het Beter Leven keurmerk heeft de grootste groei doorgemaakt van 25%, terwijl het Biologisch keurmerk groeide met maar 5%.

 

Zelf doen of uitbesteden?

U kunt natuurlijk proberen alle informatie rondom keurmerken zelf te verzamelen en verwerken, echter dient er rekening gehouden te worden met diverse uitzonderingen. Wilt u een keurmerk op uw product(en), dan bent u bij VoedingVeilig aan het juiste adres. Benieuwd geworden naar de mogelijkheden, vraag dan gratis en vrijblijvend een kennismakingsgesprek aan.

Blog: De ins en outs van KWID

 

De ins en outs van KWID

U heeft dit woord vast vaker gehoord, maar waar staat de afkorting precies voor en hoe moet het toegepast worden?

 

Waar staat KWID voor?

In de praktijk wordt vaak de afkorting KWID gebruikt (in het Engels QUID). Dit staat voor “kwantitatieve ingrediëntendeclaratie” (in het Engels “Quantitative Ingredient Declaration”). Het is een vermelding van de hoeveelheid van een ingrediënt of categorie ingrediënten wat in een levensmiddel is gebruikt. Het percentage moet in de ingrediëntendeclaratie worden benoemd of onmiddellijk in/naast de benaming van het product wanneer dit ingrediënt bijvoorbeeld in woorden, symbolen of afbeeldingen op de verpakking wordt benadrukt.

 

Wanneer is een KWID verplicht?

Er is nog altijd veel discussie wanneer de KWID-regels moeten worden toegepast. Volgens artikel 9 van de Verordening (EU) nr. 1169/2011 is het vermelden van de hoeveelheid van bepaalde ingrediënten of categorie ingrediënten verplicht. In artikel 22 wordt aangegeven dat er drie gevallen zijn waarin het percentage van een ingrediënt moet worden vermeld.

 

1. Wanneer het ingrediënt voorkomt in de benaming van het levensmiddel of door de consument gewoonlijk met die benaming wordt geassocieerd. Bijvoorbeeld:

  • perzikyoghurt: hoeveelheid perziken dient vermeld te worden
  • notenpasta: hoeveelheid noten dient vermeld te worden
  • roombotercake: hoeveelheid roomboter dient vermeld te worden

 

En het dient ook benoemd te worden bij de ingrediënten wanneer de consument een bepaald ingrediënt verwacht. Zoals:

  • hamburgers: hoeveelheid vlees dient vermeld te worden
  • guacamole: hoeveelheid avocado dient vermeld te worden
  • hutspot: hoeveelheid wortel en ui dient vermeld te worden

 

2. Wanneer het ingrediënt opvallend in woord, beeld of grafische voorstelling op de etikettering is aangegeven. Bijvoorbeeld:

  • Een ingrediënt opvallend wordt aangegeven op de verpakking op een andere plek dan in de benaming. Bijvoorbeeld de tekst “krenten” op een pak met granenbiscuits. Het percentage krenten dient vermeld te worden
  • Een ingrediënt dat in een andere stijl van de letters opvallend wordt aangegeven om op een andere plek dan in de beaming naar het ingrediënten te verwijzen
  • Wanneer beelden worden gebruikt om selectief één of meer ingrediënten aan te geven. Bijvoorbeeld een drinkyoghurt waarop frambozen zijn afgebeeld. Het percentage frambozen dient dan vermeld te worden
  • Wanneer een ingrediënt opvallend wordt aangegeven door een beeld dat verwijst naar de oorsprong ervan. Bijvoorbeeld een afbeelding of tekening van een koe om melkingrediënten te benadrukken, zoals bij melk, yoghurt en roomboter

 

3. Wanneer het ingrediënt het levensmiddel karakteriseert en onderscheidt van producten waarmee het zou kunnen verward. Bekende voorbeelden hiervan zijn mayonaise en amandelmarsepein. Voor mayonaise dient de hoeveelheid olie en ei te worden gekwid en voor marsepein dient de hoeveelheid amandelen gekwid te worden.

 

Wanneer is een KWID niet verplicht?

In bijlage VIII, punt 1 van Verordening (EU) nr. 1169/2011 staat aangegeven voor welke ingrediënten de kwantitatieve opgave niet verplicht is.

Hieronder een opsomming van een aantal van deze punten:

  • Wanneer het netto-uitlekgewicht verplicht is. De hoeveelheid van het ingrediënt kan hierbij op basis van het netto-uitlekgewicht worden berekend. Als dit niet kan, dan geldt deze regel niet. Een goed voorbeeld hiervan zijn producten in opgietvloeistoffen, zoals bijvoorbeeld olijven, abrikozen, ananas, enz.
  • Als de hoeveelheid van het ingrediënt op grond van andere EU regels op de verpakking moet worden vermeld. Dit is al vastgelegd in andere richtlijnen, zoals bijvoorbeeld bij cacao en chocoladeproducten moet het percentage cacaobestanddelen worden vermeld
  • Indien van een ingrediënt maar een klein beetje is toegevoegd voor smaak of aroma
  • Wanneer het ingrediënt in de aanduiding genoemd wordt, maar de hoeveelheid niet van belang is voor de koper.
  • Als specifieke EU regels de hoeveelheid van het ingrediënt nauwkeurig aangeven zonder dat het op de verpakking moet worden vermeld
  • Voor mengsels van vruchten, groenten of paddenstoelen, specerijen of kruiden waarvan geen enkele aanmerkelijk in gewicht overheerst. Dit mag worden aangeduid als ‘in wisselende verhoudingen’, onmiddellijk gevolgd door de lijst van de aanwezige vruchten, groenten of paddenstoelen, specerij of kruiden. In dit geval dient het totale gewicht in de ingrediëntenlijst vermeld te worden
  • Als bij de benaming “met zoetstof(fen)” of “met suiker(s) en zoetstof(fen)” verplicht is, hoeft er niet gekwid te worden bij de suiker(s) en/of zoetstof(fen)
  • Voor toegevoegde vitamines en mineralen waarvoor voedingswaardevermelding verplicht is

 

Daarnaast zijn er nog een aantal uitzonderingen op de KWID-verplichting voor ingrediënten die opvallend zijn aangegeven in woord, beeld of grafische voorstelling. In deze gevallen is KWID ook geen verplichting:

  • Wanneer het gaat om een realistisch beeld wat op een verpakking wordt getoond
  • Wanneer het beeld “een serveertip” toont
  • Wanneer het beeld op de verpakking alle ingrediënten van het levensmiddel toont, zonder een specifiek ingrediënt opvallend aan te geven

 

Hoe dient KWID vermeld te worden?

De wetgeving geeft aan dat dit op twee manieren mogelijk is:

  1. In of onmiddellijk naast de benaming van het product.
  2. In de lijst van ingrediënten.

 

Voorbeelden:

  • Aardbeienyoghurt
  • Yoghurt met X% aardbei
  • Ingrediënten: magere yoghurt, suiker, aardbei, gemodificeerd maiszetmeel, (etc.).
    • Op basis van optie 1 gekwid.

 

  • Aardbeienyoghurt
  • Aardbeienyoghurt bevat X% aardbei
  • Ingrediënten: magere yoghurt, suiker, aardbei, gemodificeerd maiszetmeel, (etc.).
    • Op basis van optie 1 gekwid.

 

  • Aardbeienyoghurt
  • Ingrediënten: magere yoghurt, suiker, X% aardbei, gemodificeerd maiszetmeel, (etc.).
    • Op basis van optie 2 gekwid.

 

De hoeveelheid dient uitgedrukt te worden als percentage wat overeen moet komen met de hoeveelheid van het ingrediënt of de ingrediënten op het ogenblik waarop zij worden gebruikt.

 

Welke uitzonderingen zijn hierop van toepassing?

  • Voor levensmiddelen waarbij vochtverlies is opgetreden door een thermische of andere behandeling, dan wordt het percentage op het eindproduct berekend. Zoals bijvoorbeeld varkensvlees in salami waarvoor 120 gram varkensvlees wordt gebruikt voor 100 gram salami
  • De hoeveelheid vluchtige ingrediënten worden vermeld als percentage dat daadwerkelijk in het eindproduct is achtergebleven. Dus dan wordt er niet gekeken naar hoeveel er tijdens de bereiding is toegevoegd. Bijvoorbeeld brandewijn in gebak of desserts
  • De hoeveelheid ingrediënten die in geconcentreerde of gedehydrateerde vorm wordt gebruikt en tijdens fabricage wordt gereconstitueerd, kan worden gekwid als hun gewichtspercentage voordat zij werden geconcentreerd of gedroogd. Zoals magere melkpoeder met water als ingrediënt in een vloeibaar product mag worden gekwid als magere melk in de receptuur
  • Als het om geconcentreerde of gedehydrateerde levensmiddelen gaat waaraan water moet worden toegevoegd, kan de hoeveelheid van de ingrediënten worden gekwid als gewichtspercentage in het gereconstitueerde product. Bijvoorbeeld als droge bruine bonen worden geweld en gebruikt in een kant-en-klaar bonengerecht, dan mag het percentage van de bonen “na het wellen” worden gekwid

 

Tot slot……

  • Bij de berekening van het percentage voor de KWID moet het toegevoegd water ook worden meegerekend als het aanwezig is in een kleinere hoeveelheid dan 5%.
  • Er is geen minimale hoeveelheid bepaald waarin een ingrediënt of ingrediënten in een levensmiddel aanwezig moeten zijn.
  • Een percentage mag voor of achter (al dan niet met haakjes) het ingrediënt worden genoteerd.
  • De KWID-vermelding mag in geen geval tot misleiding leiden.

 

Zelf doen of uitbesteden?

U kunt natuurlijk proberen alle regels rondom KWID zelf toe te passen, maar heeft u hier wel tijd én zin in? Laat VoedingVeilig een check doen op uw etiketten, labels en/of verpakkingen. Benieuwd geworden naar de mogelijkheden, vraag dan gratis en vrijblijvend een kennismakingsgesprek aan.

Blog: Claims op de verpakking, wat is (niet) toegestaan?

 

Claims op de verpakking, wat is (niet) toegestaan?

Tegenwoordig kunt u op bijna iedere verpakking van levensmiddelen wel een claim lezen, zoals bijvoorbeeld de claim “rijk aan ijzer”, “bron van vitamine B12” of “light”.
Maar wat zegt deze claim nu eigenlijk? En zijn er ook verschillende soorten claims?

 

Wat is een claim?

Een claim op de verpakking van levensmiddelen is vaak een (positieve) bewering over de samenstelling en/of eigenschappen van het levensmiddel. Een fabrikant van een levensmiddel plaatst deze claim op de verpakking omdat gelijkwaardige producten van dezelfde fabrikant of concurrenten deze bewering niet waar (kunnen) maken.

Bijvoorbeeld op een zak naturel chips staat de claim “light”, wat aangeeft dat er bijvoorbeeld minder vet in deze chips zitten dan in andere soortgelijke naturel chips.

 

Verschillende soorten claims

Er zijn verschillende soorten claims, namelijk voedingsclaims, gezondheidsclaims en medische claims. Deze laatste claim is niet toegestaan op levensmiddelen. De andere 2 claims mogen dat -onder bepaalde voorwaarden- wel.

 

Voedingsclaims

Een voedingsclaim is een claim die gaat over de samenstelling van het betreffende levensmiddel. Officieel is het “een claim die stelt, de indruk wekt of impliceert dat een levensmiddel bepaalde heilzame voedingseigenschappen heeft die zijn toe te schrijven aan”.

 

Voorbeelden van voedingsclaims:

  • Vetvrij

De claim dat een levensmiddel vetvrij is, is alleen toegestaan als het vetgehalte van het product maximaal 0,5 g/100 g of 0,5 g/100 ml bedraagt.

  • Vezelrijk

De claim dat een levensmiddel vezelrijk is, is alleen toegestaan als het vezelgehalte van het product minimaal 6 g/100 g of 3 g/100 kcal bedraagt.

  • Bron van omega-3-vetzuren

Een claim dat een levensmiddel een bron van omega-3-vetzuren is, is alleen toegestaan als het product per 100 g en per 100 kcal ten minste 0,3 g alfa- linoleenzuur of ten minste 40 mg eicosapentaeenzuur en docosahexaeenzuur tezamen bevat.

 

De gehele lijst aan voedingsclaims staat omschreven in een Europese Verordening (1924/2006). Alleen voedingsclaims die in deze verordening zijn opgenomen mogen -onder bepaalde voorwaarden- worden geplaatst op verpakkingen van levensmiddelen. Andere voedingsclaims, zoals “zonder toegevoegde zoetstoffen”, “koolhydraatarm” of “eiwitvrij” zijn dus niet toegestaan.

 

Gezondheidsclaims

Een gezondheidsclaim is een claim die gaat over het effect van het betreffende levensmiddel. Officieel is het “een claim die stelt, de indruk wekt of impliceert dat er een verband bestaat tussen een levensmiddelencategorie, een levensmiddel of een bestanddeel daarvan en de gezondheid”.

 

Voorbeelden van gezondheidsclaims:

  • Calcium is nodig voor de instandhouding van normale tanden

De claim mag alleen worden gebruikt voor levensmiddelen die ten minste een bron van calcium zijn.

  • Linolzuur draagt bij tot de instandhouding van normale cholesterolgehalten in het bloed

De claim mag alleen worden gebruikt voor levensmiddelen die ten minste 1,5 g linolzuur per 100 g en per 100 kcal bevatten.

 

De gehele lijst aan gezondheidsclaims staat omschreven in een Europese Verordening (432/2012). Alleen gezondheidssclaims die in deze verordening zijn opgenomen mogen -onder bepaalde voorwaarden- worden geplaatst op verpakkingen van levensmiddelen. Andere gezondheidsclaims zijn dus niet toegestaan.

 

Er zijn ook nog 2 soorten speciale gezondheidsclaims:

Claims omtrent ziekterisicobeperking

Dit is een claim die stelt, de indruk wekt of impliceert dat de consumptie van een levensmiddelencategorie, een levensmiddel of een bestanddeel daarvan een risicofactor voor het ontstaan van een ziekte bij de mens in significante mate beperkt.

 

Voorbeeld van een ziekterisicobeperking claim:

  • Het is aangetoond dat plantenstanolesters het bloedcholesterol verlagen. Een hoog cholesterolgehalte is een risicofactor voor de ontwikkeling van coronaire hartziekten.

 

Claims omtrent ontwikkeling en gezondheid van kinderen

 

Voorbeeld van zo’n claim:

  • Vitamine D is nodig voor een normale groei en ontwikkeling van het beendergestel van kinderen.