Blog: Claims op de verpakking, wat is (niet) toegestaan?

 

Claims op de verpakking, wat is (niet) toegestaan?

Tegenwoordig kunt u op bijna iedere verpakking van levensmiddelen wel een claim lezen, zoals bijvoorbeeld de claim “rijk aan ijzer”, “bron van vitamine B12” of “light”.
Maar wat zegt deze claim nu eigenlijk? En zijn er ook verschillende soorten claims?

 

Wat is een claim?

Een claim op de verpakking van levensmiddelen is vaak een (positieve) bewering over de samenstelling en/of eigenschappen van het levensmiddel. Een fabrikant van een levensmiddel plaatst deze claim op de verpakking omdat gelijkwaardige producten van dezelfde fabrikant of concurrenten deze bewering niet waar (kunnen) maken.

Bijvoorbeeld op een zak naturel chips staat de claim “light”, wat aangeeft dat er bijvoorbeeld minder vet in deze chips zitten dan in andere soortgelijke naturel chips.

 

Verschillende soorten claims

Er zijn verschillende soorten claims, namelijk voedingsclaims, gezondheidsclaims en medische claims. Deze laatste claim is niet toegestaan op levensmiddelen. De andere 2 claims mogen dat -onder bepaalde voorwaarden- wel.

 

Voedingsclaims

Een voedingsclaim is een claim die gaat over de samenstelling van het betreffende levensmiddel. Officieel is het “een claim die stelt, de indruk wekt of impliceert dat een levensmiddel bepaalde heilzame voedingseigenschappen heeft die zijn toe te schrijven aan”.

 

Voorbeelden van voedingsclaims:

  • Vetvrij

De claim dat een levensmiddel vetvrij is, is alleen toegestaan als het vetgehalte van het product maximaal 0,5 g/100 g of 0,5 g/100 ml bedraagt.

  • Vezelrijk

De claim dat een levensmiddel vezelrijk is, is alleen toegestaan als het vezelgehalte van het product minimaal 6 g/100 g of 3 g/100 kcal bedraagt.

  • Bron van omega-3-vetzuren

Een claim dat een levensmiddel een bron van omega-3-vetzuren is, is alleen toegestaan als het product per 100 g en per 100 kcal ten minste 0,3 g alfa- linoleenzuur of ten minste 40 mg eicosapentaeenzuur en docosahexaeenzuur tezamen bevat.

 

De gehele lijst aan voedingsclaims staat omschreven in een Europese Verordening (1924/2006). Alleen voedingsclaims die in deze verordening zijn opgenomen mogen -onder bepaalde voorwaarden- worden geplaatst op verpakkingen van levensmiddelen. Andere voedingsclaims, zoals “zonder toegevoegde zoetstoffen”, “koolhydraatarm” of “eiwitvrij” zijn dus niet toegestaan.

 

Gezondheidsclaims

Een gezondheidsclaim is een claim die gaat over het effect van het betreffende levensmiddel. Officieel is het “een claim die stelt, de indruk wekt of impliceert dat er een verband bestaat tussen een levensmiddelencategorie, een levensmiddel of een bestanddeel daarvan en de gezondheid”.

 

Voorbeelden van gezondheidsclaims:

  • Calcium is nodig voor de instandhouding van normale tanden

De claim mag alleen worden gebruikt voor levensmiddelen die ten minste een bron van calcium zijn.

  • Linolzuur draagt bij tot de instandhouding van normale cholesterolgehalten in het bloed

De claim mag alleen worden gebruikt voor levensmiddelen die ten minste 1,5 g linolzuur per 100 g en per 100 kcal bevatten.

 

De gehele lijst aan gezondheidsclaims staat omschreven in een Europese Verordening (432/2012). Alleen gezondheidssclaims die in deze verordening zijn opgenomen mogen -onder bepaalde voorwaarden- worden geplaatst op verpakkingen van levensmiddelen. Andere gezondheidsclaims zijn dus niet toegestaan.

 

Er zijn ook nog 2 soorten speciale gezondheidsclaims:

Claims omtrent ziekterisicobeperking

Dit is een claim die stelt, de indruk wekt of impliceert dat de consumptie van een levensmiddelencategorie, een levensmiddel of een bestanddeel daarvan een risicofactor voor het ontstaan van een ziekte bij de mens in significante mate beperkt.

 

Voorbeeld van een ziekterisicobeperking claim:

  • Het is aangetoond dat plantenstanolesters het bloedcholesterol verlagen. Een hoog cholesterolgehalte is een risicofactor voor de ontwikkeling van coronaire hartziekten.

 

Claims omtrent ontwikkeling en gezondheid van kinderen

 

Voorbeeld van zo’n claim:

  • Vitamine D is nodig voor een normale groei en ontwikkeling van het beendergestel van kinderen.

Blog: Gereserveerde aanduidingen

 

Gereserveerde aanduidingen

Er zijn diverse levensmiddelen waarbij bepaalde benamingen pas mogen worden gebruikt indien het levensmiddel voldoet aan bepaalde eisen. Indien het levensmiddel niet (geheel) voldoet aan deze eisen (omschreven in diverse warenwetbesluiten), mag het levensmiddel geen verwijzing hebben naar deze benaming.

Hieronder zijn een aantal gereserveerde benamingen weergegeven. Opmerking: ga voor de actuele benamingen altijd naar de officiële website toe.

 

Warenwetbesluit Gereserveerde aanduidingen

Azijn:

De aanduiding azijn mag uitsluitend worden gebruikt voor een vloeibare waar die azijnzuur als kenmerkend bestanddeel (minstens 4 gram per 100 ml) bevat.

 

Mayonaise:

De aanduiding mayonaise mag uitsluitend worden gebruikt voor een eetwaar bestaande uit een emulsie van het type olie in water, die ten minste 70% vet en ten minste 5% eigeel bevat.

 

Vruchtenwijn:

De aanduiding vruchtenwijn mag uitsluitend worden gebruikt voor een gegiste drank die is bereid uit het sap van ander fruit dan druiven, met een alcoholgehalte van ten minste 8,5 volumeprocenten bij 20°C.

 

Roomijs:

De aanduiding roomijs mag uitsluitend worden gebruikt voor consumptie-ijs dat bestemd is om in bevroren toestand te worden genuttigd, en dat:

  • geen ander vet bevat dan melkvet;
  • een melkvetgehalte heeft van ten minste 5%; en
  • geen ander eiwit bevat dan melkeiwitten.

 

Limonade / Frisdrank:

De aanduiding limonade of frisdrank mag uitsluitend worden gebruikt voor een drinkwaar die geen alcohol bevat (tenzij dit door een natuurlijk gistingsproces onbedoeld en onvermijdelijk aanwezig is tot een gehalte van ten hoogste 5 gram ethylalcohol per liter), en die bestaat uit:

  • water, natuurlijk mineraalwater of bronwater; en
  • suikers of zoetstoffen;

waaraan mogen zijn toegevoegd:

  • koolzuur;
  • aroma’s;
  • eetbare bestanddelen van vruchten of planten;
  • vruchten- of plantensappen;
  • technische hulpstoffen; of bepaalde additieven (volgens Verordening (EG) nr. 1333/2008)

 

Bier:

De aanduiding bier mag uitsluitend worden gebezigd voor een drinkwaar verkregen na alcoholische gisting van wort, hoofdzakelijk bereid uit zetmeel- en suikerhoudende grondstoffen, hop en brouwwater (ten minste 60% van het extractgehalte van de wort, voor vergisting, dient afkomstig te zijn van geste- of tarwemout), en die bestaat uit:

  • gerstemout of tarwemout;
  • andere zetmeelhoudende grondstoffen;
  • suikerhoudende grondstoffen;
  • hop en zijn onderscheidene verwerkte vormen;
  • brouwwater (dat voldoet aan de eisen gesteld in de Drinkwaterwet) en dat in zijn minerale samenstelling en zuurgraad mag zijn aangepast aan de specifieke eisen, die de brouwprocessen van de onderscheidene biersoorten stellen;
  • gist;

waaraan mogen zijn toegevoegd:

  • vruchten of vruchtensappen en aroma’s;
  • technische hulpstoffen; of
  • bepaalde additieven (volgens Verordening (EG) nr. 1333/2008)

 

Alcoholvrij bier:

De aanduiding alcoholvrij bier mag uitsluitend worden gebruikt voor bier dat ≤0,1 volumeprocent alcohol bevat en een extractgehalte van de stamwort heeft van ten minste 4%.

 

Alcoholarm bier:

De aanduiding alcoholarm bier mag uitsluitend worden gebruikt voor bier dat 0,1 en ≤1,2 volumeprocent alcohol bevat en een extractgehalte van de stamwort heeft van ten minste 4%.

 

Oud bruin:

De aanduiding oud bruin (en iedere daarop gebaseerde aanduiding) mag uitsluitend worden gebruikt voor gezoete donkergekleurde bieren met een extractgehalte van de stamwort van 7 tot 11%.

 

Pils:

De aanduiding pils (en ieder daarop gebaseerde aanduiding) mag uitsluitend worden gebruikt voor lichtgekleurde bieren met een extractgehalte van de stamwort van 11 tot 13,5%.

 

Bok / Bock:

De aanduiding bok, bock (en ieder daarop gebaseerde aanduiding) mag uitsluitend worden gebruikt voor bieren met een extractgehalte van de stamwort boven de 15%.

Dit zijn slechts een aantal voorbeelden, op “Warenwetbesluit Gereserveerde aanduidingen” staat de hele lijst.

 

Warenwetbesluit Meel en brood

Witbrood:

De aanduiding wit(te)brood mag uitsluitend worden gebruikt voor brood waarvan tarwebloem het voornaamste meelbestanddeel is en waarin zemelen met het blote oog niet waarneembaar zijn.

 

Bruinbrood / Tarwebrood:

De aanduiding bruinbrood of tarwebrood mag uitsluitend worden gebruikt voor brood waarvan (volkoren)tarwemeel -al dan niet gemengd met gebroken tarwe en tarwevlokken- het voornaamste meelbestanddeel is en waarin zemelen met het blote oog waarneembaar zijn.

 

Melkbrood:

De aanduiding melkbrood mag uitsluitend worden gebruikt voor brood waaraan melkbestanddelen in hun natuurlijke verhouding zijn toegevoegd, zodat het melkvetgehalte ten minste 1,5% van de droge stof bedraagt.

 

Krentenbrood:

Het woord krenten mag onderdeel uitmaken van de aanduiding van brood, indien dit ten minste 30% krenten bevat.

 

Rozijnenbrood:

Het woord rozijnen mag onderdeel uitmaken van de aanduiding van brood, indien dit ten minste 30% rozijnen bevat.

Dit zijn slechts een aantal voorbeelden, op “Warenwetbesluit Meel en brood” staat de hele lijst.

 

Warenwetbesluit Cacao en chocolade

Cacaopoeder / Cacao:

De aanduiding cacaopoeder of cacao mag uitsluitend en moet worden gebruikt voor cacaopoeder of cacao met:

  • ten minste 20% cacaoboter, uitgedrukt als gewichtsprocent van de droge stof;
  • en ten hoogste 9% water.

 

Chocolade:

De aanduiding chocolade mag uitsluitend en moet worden gebruikt voor chocolade met:

  • ten minste 35% droge cacaobestanddelen;
    • inclusief ten minste 18% cacaoboter;
  • en ten minste 14% vetvrije droge cacaobestanddelen.

 

Melkchocolade:

De aanduiding melkchocolade mag uitsluitend en moet worden gebruikt voor melkchocolade met:

  • ten minste 25% droge cacaobestanddelen;
  • ten minste 14% droge melkbestanddelen;
  • ten minste 2,5% vetvrije droge cacaobestanddelen;
  • ten minste 3,5% melkvet;
  • en in totaal aan cacaoboter en melkvet ten minste 25% vetten.

 

Witte chocolade:

De aanduiding witte chocolade mag uitsluitend en moet worden gebruikt voor witte chocolade met:

  • ten minste 20% cacaoboter;
  • en ten minste 14% droge melkbestanddelen;
    • inclusief ten minste 3,5% melkvet.

Dit zijn slechts een aantal voorbeelden, op “Warenwetbesluit Cacao en chocolade” staat de hele lijst.

 

Warenwetbesluit Zuivel

Karnemelk:

De aanduiding karnemelk mag uitsluitend worden gebezigd voor het uitsluitend uit koemelk door doelmatige microbiologische verzuring verkregen vloeibare zuivelproduct, met als kenmerkende eigenschappen:

  • een groot aantal levende melkzuurbacteriën;
  • een vetgehalte van ten hoogste 1,0%;
  • een gehalte aan melksuiker van ten minste 30% in de vetvrije droge stof;
  • een gehalte aan vetvrije droge stof van ten minste 7,3%;
  • en een pH van ten hoogste 5,0.

 

Vla:

De aanduiding vla mag uitsluitend worden gebezigd voor het dikvloeibare samengestelde zuivelproduct met:

  • als kenmerkende bestanddelen zetmeel en ten minste 50% koemelk;
  • andere voor de bereiding noodzakelijke eet- en drinkwaren;
  • en een melkvetgehalte van ten minste 2,6%.

 

Pap:

De aanduiding pap mag uitsluitend worden gebezigd voor het dikvloeibare samengestelde zuivelproduct met:

  • als kenmerkende bestanddelen granen, graanproducten of rijst, en ten minste 50% koemelk;
  • andere voor de bereiding noodzakelijke eet- en drinkwaren;
  • en een melkvetgehalte van ten minste 2,6%.

Dit zijn slechts een aantal voorbeelden, op “Warenwetbesluit Zuivel” staat de hele lijst.

 

Warenwetbesluit Vlees, gehakt en vleesproducten

Gehakt:

De aanduiding gehakt mag uitsluitend worden gebezigd voor gehakt met een vetgehalte van ten hoogste 25%, voor zover die aanduiding vergezeld gaat van:

  • de naam van het soort slachtdier;
  • of in volgorde van afnemend gewicht, de namen van de soorten slachtdieren; waarvan het vlees afkomstig is.

 

Half om half:

De aanduiding half om half mag uitsluitend worden gebezigd voor gehakt dat voor de ene helft van runderen en voor de andere helft van varkens afkomstig is, waarbij in de onderlinge verhouding een afwijking van 10% absoluut is toegestaan.

 

Tartaar:

De aanduiding tartaar mag uitsluitend worden gebezigd voor gehakt dat afkomstig is van runderen, met een vetgehalte van ten hoogste 10%.

 

Gehakte biefstuk:

De aanduiding gehakte biefstuk mag uitsluitend worden gebezigd voor gehakt dat afkomstig is van runderen, met een vetgehalte van ten hoogste 6%.

Dit zijn slechts een aantal voorbeelden, op “Warenwetbesluit Vlees, gehakt en vleesproducten” staat de hele lijst.

 

Alle bovenstaande teksten zijn afkomstig van diverse Warenwetbesluiten, te vinden op Overheid: Warenwetbesluiten.

Blog: Voedingswaarde, wat is dat precies?

 

Voedingswaarde, wat is dat precies?

Ieder product heeft een eigen voedingswaarde. In veel gevallen staat deze voedingswaarde vermeld op de verpakking. Maar wat zegt deze voedingswaarde nu eigenlijk? Is een product per definitie gezond bij een lage voedingswaarde en ongezond als de voedingswaarde hoog is?

 

Voedingswaarde, wat is dat nu eigenlijk precies?

Onze voeding bestaat uit verschillende voedingsstoffen. Al deze voedingsstoffen leveren bij elkaar opgeteld de voedingswaarde.

 

Verschillende soorten voedingsstoffen

Voeding bevat twee verschillende groepen voedingsstoffen (nutriënten), namelijk:

  • Macronutriënten: deze komen in grote hoeveelheden voor in voeding. Voorbeelden zijn bijvoorbeeld vetten, koolhydraten en eiwitten (alcohol behoort trouwens ook tot de macronutriënten).
  • Micronutriënten: deze komen in (zeer) kleine hoeveelheden voor in voeding. Voorbeelden zijn bijvoorbeeld vitamines en mineralen.

 

Macronutriënten:

Macronutriënten leveren naast voedingsstoffen ook energie voor het lichaam. Deze energie wordt aangeduid met kJ (kilojoule) en/of kcal (kilocalorieën).

1 gram vet levert 9 kcal (37 kJ)

Bij koolhydraten levert 1 gram 4 kcal (17 kJ)

1 gram eiwit levert 4 kcal (17 kJ)

En bij alcohol levert 1 gram 7 kcal (29 kJ)

Om van kcal naar kJ te rekenen dient vermenigvuldigd te worden met (ongeveer) 4,2. Let op: in de volksmond wordt vaak gesproken over calorieën, echter wordt er dan bedoeld kilocalorieën. 1 kilocalorie is namelijk 1000 calorieën.

 

Micronutriënten:

Micronutriënten leveren alleen voedingsstoffen voor het lichaam, ze leveren géén energie. Ze komen in (zeer) kleine hoeveelheden voor in onze voeding, maar zijn heel erg belangrijk voor alle functies in ons lichaam. Vitamines en mineralen zijn micronutriënten. Bij de mineralen wordt er vaak nog een onderscheid gemaakt in mineralen of spoorelementen. Het onderscheid zit (voornamelijk) in de hoeveelheid die het lichaam binnenkrijgt via de voeding. Bij mineralen gaat het om grammen die voorkomen in de voeding. Terwijl bij spoorelementen het om milligrammen of microgrammen gaat.

 

Vitamines:

  • Vitamine A
  • Thiamine (Vitamine B1)
  • Vitamine B2 (oftewel riboflavine)
  • Vitamine B3
  • Pantotheenzuur (Vitamine B5)
  • Vitamine B6 (oftewel pyrodoxine)
  • Vitamine B8
  • Foliumzuur (Vitamine B11)
  • Vitamine B12 (oftewel cobalamine)
  • Ascorbinezuur (Vitamine C)
  • Vitamine D
  • Vitamine E
  • Vitamine K

 

Mineralen:

  • Calcium
  • Chloor (chloride)
  • Fosfor
  • Kalium
  • Natrium
  • Magnesium

 

Spoorelementen:

  • Chroom (chromium)
  • Fluoride (fluor)
  • IJzer
  • Jodium (jood)
  • Koper
  • Mangaan
  • Molybdeen
  • Seleen (selenium)
  • Zink

 

Hoe komt de voedingswaarde tot stand?

De vermelde voedingswaarden op de verpakking (etiket) zijn naar behoren vastgestelde gemiddelde waarden. Dat kan dus inhouden dat door natuurlijke schommelingen en/of seizoensinvloeden de vermelde waarden hoger/lager zijn dan de werkelijkheid. De gemiddelde waarde dient echter wel een realistische weergave van de voedingswaarde te zijn.

De voedingswaarde kan op drie manieren worden vastgesteld:

  • De analyse van een levensmiddel door de fabrikant
  • De berekening op basis van de bekende of effectieve gemiddelde waarde van de verstrekte ingrediënten
  • De berekening aan de hand van algemeen vaststaande en aanvaarde gegevens

 

Voedingswaarde in de winkel

Op verpakkingen (etiketten) in de winkel staat in veel gevallen een verplichte voedingswaardevermelding vermeld, volgens de wetgeving (Verordening (EU) nr. 1169/2011, betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten).

Deze verplichte voedingswaardevermelding omvat de volgende items:

  • Energie (kJ / kcal)
  • Vetten
    • (waarvan) Verzadigde vetzuren
  • Koolhydraten
    • (waarvan) Suikers
  • Eiwitten
  • Zout

 

Optioneel mogen nog onderstaande hieraan worden toegevoegd:

  • Enkelvoudig onverzadigde vetzuren
  • Meervoudig onverzadigde vetzuren
  • Polyolen
  • Zetmeel
  • Vezels
  • En vitamines / mineralen als deze in een significante hoeveelheid aanwezig zijn

 

Andere voedingswaarden (zoals bijvoorbeeld trans-vetzuren) mogen momenteel niet worden vermeld op de verpakking (etiket).

 

Referentie-innames (volwassenen)

De referentie-innames voor volwassenen zijn gebaseerd op wettelijke vastgelegde richtwaarden voor een (uit)gebalanceerd voedingspatroon.

 

  • Energie 8400 kJ / 2000 kcal
  • Vetten (totaal) 70gram
  • Verzadigde vetzuren 20gram
  • Koolhydraten (totaal) 260gram
  • Suikers 90gram
  • Eiwitten 50gram
  • Zout 6gram

 

Consumptie-eenheid

Voor de consument dient de consumptie-eenheid (portie) makkelijk herkenbaar te zijn. De term verwijst namelijk naar de eenheid die afzonderlijk geconsumeerd kan worden.

Toch is er veel verwarring rondom de consumptie-eenheid. Bijvoorbeeld bij verpakte tussendoortjes is bij het ene merk het gehele pakje (met 2 of 3 koekjes) de “consumptie-eenheid”, terwijl bij het andere merk slechts 1 van de 2 á 3 koekjes (in het pakje) aan wordt gemerkt als “consumptie-eenheid”.

Ook bij roomijs is er verwarring rondom een consumptie-eenheid. Zo staat op de ene verpakking met roomijs dat 50 gram 1 portie is, terwijl bij de andere verpakking roomijs 100 gram geldt als 1 portie.

Zelfs bij hetzelfde merk zijn er onderling verschillen. Bij het ene soort koekje of smaak ijs is de consumptie-eenheid anders dan bij een soort gelijk product van dezelfde leverancier.

 

Vrijgestelde levensmiddelen(groepen)

Bij onderstaande levensmiddelen hoeft op de verpakking géén voedingswaarde aanwezig te zijn. Natuurlijk mag dit wel (dan dient wel rekening gehouden te worden met de verplichte items uit de voedingswaardevermelding).

 

Onverwerkte producten die bestaan uit één ingrediënt

  • Voorbeelden: een bakje met champignons, een zak aardappelen, een verpakking rijst, of bijvoorbeeld een potje honing.
    • De precieze uitleg van onverwerkte producten is: „onverwerkte producten”: levensmiddelen die geen behandeling hebben ondergaan, met inbegrip van producten die zijn verdeeld, in partjes, plakken of stukken gesneden, uitgebeend, gehakt, van de huid ontdaan, gemalen, versneden, gereinigd, bijgesneden, gepeld, geplet, gekoeld, bevroren, diepgevroren of ontdooid (Verordening (EG) nr. 852/2004, inzake levensmiddelenhygiëne).

 

Verwerkte producten die als enige vorm van verwerking zijn gerijpt en die bestaan uit één ingrediënt

  • Voorbeeld: verpakking met dry-aged vlees

 

Water, inclusief water met kooldioxide en/of aroma’s

  • Bijvoorbeeld: een fles bruisend mineraalwater citroen

 

Kruiden, specerijen en mengsel ervan

  • Zoals: een potje met oregano of een zakje met nootmuskaat

 

Zout en zoutvervangers

  • o.a.: een strooibus keukenzout

 

Tafelzoetstoffen

  • Voorbeeld: een dispenser met zoetjes

 

Koffie en thee

  • Voorbeelden: een zak koffiebonen of een doos theezakjes

 

Azijn, inclusief azijn met aroma’s

  • Zoals: een fles natuurazijn

 

Aroma’s, levensmiddelenadditieven, technische hulpstoffen, voedingsenzymen, gelatine, jamgeleermiddel en gist

  • Voorbeelden: een verpakking met gelatineblaadjes of een verpakking met gist

 

Kauwgom

  • o.a.: een blister verpakking met peppermint kauwgom

 

Levensmiddelen in zeer kleine verpakkingen (<25 cm2)

  • Zoals: losse verpakking van een rol snoepjes

 

Levensmiddelen, met inbegrip van ambachtelijke levensmiddelen, die rechtstreeks door de producent in kleine hoeveelheden worden geleverd aan de eindverbruiker of aan de plaatselijke detailhandel die rechtstreeks aan de eindverbruiker levert

  • Bijvoorbeeld: een kerststol die geleverd wordt door een plaatselijke bakker.

Blog: Recalls door foutieve allergenendeclaratie

 

Recalls door foutieve allergenendeclaratie

Bijna wekelijks zijn er wel één of meerdere recalls (terughaalacties) in het nieuws op het gebied van voeding. Ieder jaar lijken er wel meer recalls te zijn door o.a. een foutieve allergenendeclaratie. Maar klopt deze constatering wel? En nog veel belangrijker wat kan er gedaan worden om dit tot een minimum te reduceren?

 

Wanneer is iets een recall?

De NVWA onderzoekt de meldingen van (mogelijk) onveilige levensmiddelen. Het is namelijk verboden om levensmiddelen in de handel te brengen (of in opslag te hebben) die onveilig zijn. Bij verdenking van een onveilig levensmiddel dient dit gemeld te worden aan de NVWA.

De NVWA bekijkt samen met het bedrijf hoe groot het risico is en wat de vervolgstap dient te zijn. Dit leidt in bepaalde gevallen tot een terughaalactie (recall) vanuit de bedrijfsopslag en/of de winkelschappen.


Voor deze afweging wordt in veel gevallen (vooraf) gekeken naar de meldwijzer. In de beslisboom bij de meldwijzer worden diverse stappen doorlopen om te bepalen wat de status is van het levensmiddel. Is het levensmiddel veilig of toch onveilig, schadelijk of ongeschikt voor consumptie.

Het onterecht niet melden van een mogelijk onveilig levensmiddel wordt door de NVWA beschouwd als een overtreding.

 

Recalls in Nederland en België?

In Nederland en België zijn er in 2018 significant meer recalls geweest -dan voorgaande jaren- als het om voeding (en voedingssupplementen) gaat. Deze recalls zijn in beide landen onder te verdelen in de volgende typen:

  • Allergenen
  • Microbiologisch
  • Productvreemde bestanddelen
  • Chemisch
  • Overig (o.a. foutieve THT-datum)

 

Nederland 2018 (t/m november)

  • Totaal (t/m eind november)
    • 89 recalls
    • 35 recalls door allergenen
    • 28 recalls op microbiologisch gebied (o.a. Salmonella en Listeria)
    • 11 recalls op het gebied van productvreemde bestanddelen (o.a. plastic en rubber)
    • 9 recalls op chemisch gebied (o.a. waterstofcyanide en aflatoxine)
    • 6 overige recalls, bijvoorbeeld doordat blikken een ventiel missen, waardoor de druk te hoog kan worden in het (ongeopende) blik

39% van de recalls werd veroorzaakt door allergenen.

 

Nederland 2017

  • Totaal 65 recalls
    • 41 recalls door allergenen
    • 15 recalls op microbiologisch gebied (o.a. Salmonella en Listeria)
    • 6 recalls op het gebied van productvreemde bestanddelen (o.a. glas en spelden)
    • 3 overige recalls, bijvoorbeeld door een foutieve THT-datum op de verpakking

63% van de recalls wordt veroorzaakt door allergenen.

 

In Nederland worden de recalls (veiligheidswaarschuwingen) voor een groot deel geplaatst op de website van de NVWA.

 

 

België 2018 (t/m november)

  • Totaal (t/m eind november) 165 recalls
    • 54 recalls op microbiologisch gebied (o.a. Salmonella en Listeria)
    • 39 recalls door allergenen
    • 36 recalls op chemisch gebied (o.a. aflatoxine en pesticiden)
    • 24 recalls op het gebied van productvreemde bestanddelen (o.a. glas en metaal)
    • 12 overige recalls, bijvoorbeeld door een mogelijke perforatie in de verpakking

24% van de recalls werd veroorzaakt door allergenen.

 

België 2017

  • Totaal 71 recalls
    • 25 recalls door allergenen
    • 25 recalls op microbiologisch gebied (o.a. Salmonella en Listeria)
    • 11 recalls op chemisch gebied (o.a. aflatoxine en PAK’s)
    • 5 recalls op het gebied van productvreemde bestanddelen (o.a. glas en metaal)
    • 5 overige recalls, bijvoorbeeld door een foutieve THT-datum op de verpakking

35% van de recalls werd veroorzaakt door allergenen.

 

In België worden de recalls (productterugroepingen) voor een groot deel geplaatst op de website van de FAVV.

 

 

Oorzaken van recalls door allergenen

Recalls op het gebied van allergenendeclaratie worden voornamelijk veroorzaakt door:

  • Ingrediënten vergeten te vermelden op etiket/verpakking
  • Verkeerd etiket op de eindverpakking
  • Ander product in de eindverpakking
  • Verkeerde vertaling vanuit een ander taal
  • Verkeerd gebruik van symbolen (bijvoorbeeld een glutenvrij symbool plaatsen op een product dat wel gluten bevat)
  • Fout in het productproces (waardoor bijvoorbeeld het gehalte aan lactose hoger is dan staat vermeld op de eindverpakking)

Oorzaak: meestal is er ergens bij de interne communicatie iets “mis” gegaan. Bijvoorbeeld dat er een vanuit de planning een productierun is omgewisseld en dit niet aan alle medewerkers (goed) is doorgegeven. Of bijvoorbeeld dat de kwaliteitsafdeling een vernieuwde versie van het etiket heeft gemaakt, maar dit (nog) niet bekend is bij de productieafdeling.

 

Oorzaken van recalls door (te hoge gehaltes aan) pathogene micro-organismen

Recalls op microbiologisch gebied worden vooral veroorzaakt door:

  • Salmonella
  • Listeria monocytogenes
  • Escherichia coli
  • Bacillus cereus

Oorzaak: meestal is er iets “mis” gegaan in het productieproces waardoor bovenstaande pathogene micro-organismen (in te hoge gehaltes) aanwezig zijn in het eindproduct. Bijvoorbeeld doordat het (eind)product onvoldoende (lang) verhit is geweest en daardoor een risico kan opleveren voor de volksgezondheid.

Ook bij reguliere laboratoriumanalyses komt er regelmatig naar voren dat eindproducten niet voldoen aan de wettelijk gestelde eisen.

Voeding die besmet is met (grote aantallen) pathogene micro-organismen is vooral gevaarlijk voor YOPI’s. YOPI staat voor: young (jongeren, <5 jaar), old (ouderen, >65 jaar), pregnant (zwangeren) en immunocompromised (immunodeficiënt, mensen met een niet goed werkend immuunsysteem).

 

Oorzaken van recalls door productvreemde bestanddelen

Recalls op het gebied van productvreemde bestanddelen kunnen bijvoorbeeld worden veroorzaakt door:

  • Inkoop van grondstoffen en halffabricaten die verontreinigd zijn met bijvoorbeeld glas, metaal, plastic, steentjes, hout of rubber
  • Het productieproces tijdens de vervaardiging van het eindproduct, bijvoorbeeld er breekt iets af in de machine tijdens het afvullen
  • Opzettelijk toevoegen van productvreemde bestanddelen aan (eind)producten door personeel

Oorzaak: ondanks alle zorgvuldige (ingangs)controles blijft er een kleine kans bestaan op voeding met een productvreemd bestanddeel.

 

Oorzaken van recalls door (te hoge gehaltes aan) chemische stoffen

Recalls op chemisch gebied worden vooral veroorzaakt door (een te hoog gehalte aan):

  • Aflatoxine B1 (en/of B2, G1 en G2)
  • PAK’s (polycyclische aromatische koolwaterstoffen)
  • Ftalaten
  • Alkaloïden
  • Benzo(a)pyreen
  • Lood
  • PCB’s (polychloorbifenylen)
  • Cafeïne
  • Acrylamide
  • Ochratoxine A
  • 3-MCPD (3-monochloorpropaan-1,2-diol)
  • Waterstofcyanide
  • Cadmium
  • Nicotine
  • Minerale oliën
  • Glycidyl
  • Pesticiden

Oorzaak: meestal zit er in de grondstoffen van de betreffende (eind)producten al een te hoog gehalte aan bijvoorbeeld zware metalen. Dit kan komen door verschillende redenen. Bijvoorbeeld doordat in het land van oorsprong een hoger gehalte in de grondstof mag zitten. Of bijvoorbeeld doordat de landbouwgrond vervuild is. Ook tijdens bepaalde processen (bijvoorbeeld de raffinage van plantaardige oliën) kunnen schadelijk stoffen ontstaan.

Blog: De 14 wettelijke allergenen

 

De 14 wettelijke allergenen

De term allergenen heeft u vast wel (veel) vaker gehoord. Deze term wordt vaak gebruikt als er gesproken wordt over voedselallergie of voedselintolerantie. Maar wat houdt deze term “allergenen” nu eigenlijk in?

 

Wat zijn allergenen?

Een allergeen is een bepaalde stof welke bij mensen die er overgevoelig voor zijn een allergische reactie opwekt. Bij een voedselallergie worden tegen de eiwitten in bijvoorbeeld pinda’s of soja antistoffen aangemaakt door het lichaam. De eiwitten die deze allergische reactie veroorzaken worden ook wel allergenen genoemd.

Bij bepaalde levensmiddelen ontstaan vaker allergische reacties dan bij andere producten. Op de eiwitten in bijvoorbeeld noten en schaaldieren wordt vaker overgevoelig gereageerd dan bijvoorbeeld op de eiwitten uit (zilvervlies)rijst en avocado.

 

Welke 14 (wettelijke) allergenen zijn er?

In de Europese wetgeving (Verordening (EU) Nr. 1169/2011, betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten) worden 14 stoffen bestempeld als (zeer) allergeen.

  1. Glutenbevattende granen (tarwe, rogge, gerst, haver, spelt, khorasantarwe)
  2. Schaaldieren
  3. Eieren
  4. Vis
  5. Pinda
  6. Soja
  7. Melk (inclusief lactose)
  8. Noten (amandelen, hazelnoten, walnoten, cashewnoten, pecannoten, paranoten, pistachenoten en macadamianoten)
  9. Selderij
  10. Mosterd
  11. Sesamzaad
  12. Zwaveldioxide en sulfiet (E220 – E228) bij concentraties van meer dan 10 mg SO2 per kilo of liter
  13. Lupine
  14. Weekdieren

 

Waar kunnen allergenen in zitten?

In alle levensmiddelen kunnen allergenen zitten. Denk maar aan de gluten die in brood zitten, de yoghurt die gemaakt is van melk, pinda’s in de pindakaas en wijn waarin sulfiet aanwezig is.

Met een voedselovergevoeligheid voor één of meerdere allergenen is het dus heel belangrijk dat etiketten van levensmiddelen heel goed gelezen worden.

 

Glutenbevattende granen (tarwe, rogge, gerst, haver, spelt, khorasantarwe/ kamut), zijn bijvoorbeeld aanwezig in:

  • Brood en pastasoorten (macaroni, spaghetti, enz.)

 

Schaaldieren, zijn bijvoorbeeld aanwezig in:

  • Gamba’s en trassi

 

Eieren, zijn bijvoorbeeld aanwezig in:

  • Pannenkoeken en gebak

 

Vis, is bijvoorbeeld aanwezig in:

  • Tonijnsalade en kibbeling

 

Pinda’s, zijn bijvoorbeeld aanwezig in:

  • Satésaus en nougat

 

Soja, is bijvoorbeeld aanwezig in:

  • Ketjap en tempeh

 

Melk (inclusief lactose) , is bijvoorbeeld aanwezig in:

  • Vla en roomboter

 

Noten (amandelen, hazelnoten, walnoten, cashewnoten, pecannoten, paranoten, pistachenoten en macadamianoten), zijn bijvoorbeeld aanwezig in:

  • Studentenhaver en muesli

 

Selderij, is bijvoorbeeld aanwezig in:

  • Kruidenmengsels en soepen

 

Mosterd, is bijvoorbeeld aanwezig in:

  • Mayonaise en tafelzuren (augurk, zilverui, enz.)

 

Sesamzaad, is bijvoorbeeld aanwezig in:

  • Tahin en falafel

 

Zwaveldioxide en sulfiet (E220 – E228) bij concentraties van meer dan 10 mg SO2 per kilo of liter, is bijvoorbeeld aanwezig in:

  • Gedroogd fruit en vleeswaren

 

Lupine, is bijvoorbeeld aanwezig in:

  • Loempia’s en vleesvervangers

 

Weekdieren, zijn bijvoorbeeld aanwezig in:

  • Oestersaus en calamari

 

Aanvullende allergenen?

In de LeDa-lijst (voorheen de ALBA-lijst genoemd) staan echter 24 allergenen vermeld. De 14 wettelijke bepaalde allergenen aangevuld met 10 extra allergenen.

  • lactose
  • cacao
  • glutamaat (E620-E625)
  • kippenvlees
  • koriander
  • maïs
  • peulvruchten
  • rundvlees
  • varkensvlees
  • wortel

 

De LeDa-lijst wordt beheerd door het Voedingscentrum. Echter in de zomer van 2017 zijn ze gestopt met het navragen van de 10 extra allergenen in levensmiddelen. Dit is mede gebeurd doordat er veel meer stoffen zijn waarop men allergisch kan reageren (denk hierbij aan o.a. appel en kiwi).

De allergeneninformatie is dus na de zomer van 2017 beperkt tot alleen nog de wettelijk 14 allergenen (glutenbevattende granen, schaaldieren, eieren, vis, pinda, soja, melk (inclusief lactose), noten, selderij, mosterd, sesamzaad, zwaveldioxide / sulfiet, lupine en weekdieren).

 

In de ALBA-lijst stonden trouwens wel 38 (allergene) stoffen genoemd. Zo werd nagevraagd of er bijvoorbeeld sacharose, fructose, benzoëzuur, kaneel, vanilline, gist of AZO-kleurstoffen aanwezig waren in de eindproducten. In 2009 is de ALBA-lijst vervangen door de LeDa-lijst al is de naam “ALBA-lijst” nog steeds een naam die u regelmatig hoort of ziet voorbijkomen.

 

LeDa staat trouwens voor Levensmiddelendatabank en ALBA stond voor Allergenendatabank.

Blog: Allergenenwetgeving

 

Allergenenwetgeving

Sinds december 2014 moeten nu ook alle aanbieders van onverpakte levensmiddelen (zoals de detailhandel en horeca) allergeneninformatie geven over hun producten/gerechten aan consumenten. Dit is vastgelegd in een nieuwe Europese wet (Verordening (EU) Nr. 1169/2011).

Helaas blijkt dat niet alle ondernemers in de detailhandel en horeca even goed op de hoogte zijn welke allergenen er in hun producten/gerechten zitten. Mensen met een voedselovergevoeligheid krijgen helaas dan of verkeerd advies (“nee er zit echt geen melk in uw hoofdgerecht”, terwijl later blijkt dat het vlees in roomboter is gebakken) of het advies om bijvoorbeeld maar een simpele salade te nemen (“want daar zit niets verkeerds in”).

 

1169/2011

De Verordening (EU) Nr. 1169/2011, betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten wordt vaak afgekort tot 1169/2011. In deze Europese wet staat niet alleen maar vermeld wat de regels zijn op het gebied van allergenen, maar nog veel meer.

Per artikel zal ik een korte en heldere samenvatting geven (deze samenvatting is natuurlijk niet volledig):

Blog: Webshops die voeding verkopen dienen te voldoen aan …

 

Webshops die voeding verkopen dienen te voldoen aan …

Zoals in de vorige blog al even kort werd aangegeven behoren webshops tot de detailhandel. Echter kan er niet zoals bij de gewone detailhandel mondeling navraag gedaan worden over allergenen in levensmiddelen.

 

Wetgeving

Volgens de Europese wet (Verordening (EU) Nr. 1169/2011, betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten) behoren webshops bij “verkoop op afstand”, welke ook moeten voldoen aan de verplichte voedselinformatie. Maar wat komt er nu allemaal bij kijken wanneer er levensmiddelen worden verkocht in een webshop en waaraan moet de webshop voldoen indien er levensmiddelen worden verkocht?

 

De verplichte voedselinformatie (inclusief allergeneninformatie) moet namelijk beschikbaar zijn vóór het aankoopmoment. Deze voedselinformatie dient dus aanwezig te zijn in de nabijheid van het te bestellen product.

 

Of er nu chocolade, taarten, kaas, specerijen/kruiden, snoep, bakmixen, koekjes, (fris)dranken, soepen of sauzen worden verkocht in de webshop. Bij al deze (en nog veel meer) levensmiddelen dient er voedselinformatie aanwezig te zijn.

 

Om welke verplichte voedselinformatie gaat het dan?

Onderstaande items moeten verplicht worden aangegeven wanneer er “verkoop op afstand” plaatsvindt, voordat het product daadwerkelijk wordt besteld of in de digitale winkelwagen wordt geplaatst.

 

  1. De benaming van het levensmiddel
  2. De lijst van ingrediënten (ook wel ingrediëntendeclaratie genoemd)
  3. De allergenen* welke aanwezig zijn in het levensmiddel
    • In de lijst met ingrediënten kunnen de allergenen ook worden weergegeven door ze bijvoorbeeld dikgedrukt of in hoofdletters te vermelden (ook extra onderaan de lijst met ingrediënten mogen alle allergenen nogmaals worden vermeld)
  4. De hoeveelheid van bepaalde ingrediënten of categorieën ingrediënten
    • Geef percentages aan van ingrediënten als
      • deze voorkomt in de benaming (% roomboter in roomboterkoek)
      • geassocieerd wordt met de benaming (% vlees in worst bijvoorbeeld)
      • opvalt in woord, beeld of grafische voorstelling (indien er op een verpakking vruchtenyoghurt bijvoorbeeld plaatjes van aardbeien staan)
      • van wezenlijk belang is om het levensmiddel te karakteriseren (cacaobestanddelen in chocolade)
  5. De nettohoeveelheid van het levensmiddel
  6. Bijzondere bewaarvoorschriften en/of gebruiksvoorwaarden
    • Denk hierbij bijvoorbeeld aan: koel bewaren, droog en donker bewaren of na openen beperkt houdbaar
  7. De (handels)naam en het adres van de bedoelde exploitant van een levensmiddelenbedrijf
    • Indien er in de webshop producten worden verkocht die afkomstig zijn van een derde partij dient u de naam en het adres van deze derde partij erbij te vermelden
  8. Het land van oorsprong of de plaats van herkomst indien
    • Het weglaten daarvan de consument zou kunnen misleiden aangaande het werkelijke land van oorsprong of de werkelijke plaats van herkomst van het levensmiddel
      • bijvoorbeeld Griekse salade die in een fabriek in Nederland is gemaakt
    • Voor vers vlees van rundvlees, varkens, schapen, geiten, pluimvee, vis, voor rundvleesproducten en ook voor honing, groenten en fruit en olijfolie
    • Wanneer het land van oorsprong of de plaats van herkomst van een levensmiddel vermeld wordt en niet hetzelfde of dezelfde is als voor het primaire ingrediënt ervan
      • bijvoorbeeld wanneer bij boter gekarnd in België van Nederlandse melk kan op het etiket vermeld worden “geproduceerd in België van Nederlandse melk”
  9. Een gebruiksaanwijzing, als het levensmiddel moeilijk te gebruiken is zonder gebruiksaanwijzing
    • Denk hierbij bijvoorbeeld aan: schudden voor gebruik of juist niet schudden voor gebruik
  10. Voor dranken met een alcoholvolumegehalte van meer dan 1,2%: het effectieve alcoholvolumegehalte
  11. Een voedingswaardevermelding** (ook wel voedingswaardetabel genoemd)
    • Hiervoor is een vaste volgorde:
      • energie (kJ / kcal)
      • vetten
      • waarvan verzadigde vetzuren
      • koolhydraten
      • waarvan suikers
      • eiwitten
      • zout

 

* het gaat om de volgende allergenen:

– glutenbevattende granen (tarwe, rogge, gerst, haver, spelt, khorasantarwe/ kamut)
schaaldieren
eieren
vis
pinda
soja
melk (inclusief lactose)
noten (amandelen, hazelnoten, walnoten, cashewnoten, pecannoten, paranoten, pistachenoten en macadamianoten)
selderij
mosterd
sesamzaad
zwaveldioxide en sulfiet (E220 – E228) bij concentraties van meer dan 10 mg SO2 per kilo of liter
lupine
weekdieren

 

** een voedingswaardevermelding geldt niet voor onderstaande producten (deze zijn namelijk vrijgesteld):

– onverwerkte producten die bestaan uit één ingrediënt of categorie van ingrediënten
verwerkte producten die als enige vorm van verwerking zijn gerijpt en die bestaan uit één ingrediënt of categorie van ingrediënten
water bestemd voor menselijke consumptie, inclusief water waarbij de enige toegevoegde ingrediënten kooldioxide en/of aroma’s zijn
een kruid, een specerij of mengsels daarvan
zout en zoutvervangers
tafelzoetstoffen
extracten van koffie en extracten van cichorei, hele of gemalen koffiebonen en hele of gemalen cafeïnevrije koffiebonen
kruiden- en vruchtenthee, thee, cafeïnevrije thee, instant- of oplosthee of thee-extract, cafeïnevrije instant- of oplosthee of thee-extract, die geen andere toegevoegde ingrediënten bevatten dan aroma’s die niets veranderen aan de voedingswaarde van de thee
gefermenteerde azijn of vervangers van azijn, inclusief die waarbij de enige toegevoegde ingrediënten aroma’s zijn
aroma’s
levensmiddelenadditieven
technische hulpstoffen
voedingsenzymen
gelatine
jamgeleermiddel
gist
kauwgom
levensmiddelen in verpakkingen waarvan het grootste oppervlak minder dan 25 cm 2 bedraagt
levensmiddelen, met inbegrip van ambachtelijke levensmiddelen, die rechtstreeks door de producent in kleine hoeveelheden worden geleverd aan de eindverbruiker of aan de plaatselijke detailhandel die rechtstreeks aan de eindverbruiker levert

 

Wat hoeft u dan van een product niet aan te geven in de webshop? Alleen de datum van het product hoeft niet aangegeven te worden op de webshop.

 

Zelf doen of uitbesteden?

U kunt natuurlijk proberen alle informatie rondom allergenen zelf te verzamelen en te verwerken tot bijvoorbeeld een allergenenlijst of allergenenkaart. Maar het risico bestaat dan dat u het niet correct doet en daarmee onbedoeld een soort schijnzekerheid afgeeft aan klanten of gasten met een voedselovergevoeligheid. Wilt u dit laten doen door een professional, dan bent u bij VoedingVeilig aan het juiste adres. Benieuwd geworden naar de mogelijkheden, vraag dan gratis en vrijblijvend een kennismakingsgesprek aan.

Blog: Op wie richt VoedingVeilig zich?

 

Op wie richt VoedingVeilig zich?

VoedingVeilig richt zich voornamelijk op het geven van allergenenadvies aan detailhandel en horeca. Sinds december 2014 moeten namelijk ook aanbieders van onverpakte levensmiddelen allergeneninformatie geven over hun producten/gerechten aan consumenten. Dit is vastgelegd in een nieuwe Europese wet (Verordening (EU) Nr. 1169/2011, betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten). Hoewel deze wetgeving dus al geruime tijd van kracht is blijkt in de praktijk dat deze nog maar weinig -op een correcte manier- wordt toegepast.

 

Om welke allergenen gaat het?

  1. Glutenbevattende granen (tarwe, rogge, gerst, haver, spelt, khorasantarwe/ kamut)
  2. Schaaldieren
  3. Eieren
  4. Vis
  5. Pinda
  6. Soja
  7. Melk (inclusief lactose)
  8. Noten (amandelen, hazelnoten, walnoten, cashewnoten, pecannoten, paranoten, pistachenoten en macadamianoten)
  9. Selderij
  10. Mosterd
  11. Sesamzaad
  12. Zwaveldioxide en sulfiet (E220 – E228) bij concentraties van meer dan 10 mg SO2 per kilo of liter
  13. Lupine
  14. Weekdieren

 

Bewerkte levensmiddelen

In het overgrote merendeel van bewerkte levensmiddelen zitten één of meerdere allergenen. Bij een groot gedeelte is het heel duidelijk dat er allergenen inzitten (denk bijvoorbeeld aan de tarwe in brood, melk in kaas en natuurlijk de noten in studentenhaver). Maar in bijvoorbeeld mayonaise zijn al minimaal 2 allergenen aanwezig (ei en mosterd) en in bijvoorbeeld worcestersaus zijn al zeker 3 allergenen aanwezig (gerst, vis en soja).

Goed allergenenbeheer en correcte allergeneninformatie is dus nog niet zo (ge)makkelijk.

 

Detailhandel

Bent u een warme bakker, groenteboer of ambachtelijke slager, staat u bijvoorbeeld op de markt met een kaashandel, visspecialiteiten of notenkraam of heeft uw supermarkt versafdelingen? Ook u dient uw klanten (desgevraagd) te voorzien van correcte allergeneninformatie.

 

Slager

Wellicht bent u een slager met een rijk assortiment aan vleeswaren, met daarnaast nog heerlijke zelfgemaakte kant-en-klaar gerechten. Tegenwoordig is de keuze bij de slager letterlijk reuze, want wat dacht u bijvoorbeeld van rauwe andijviestamppot met een lekkere gehaktbal, een bakje kant-en-klare lasagne bolognese of een al voorgegaard pannetje heerlijk mals stoofvlees.

Maar wat wel natuurlijk heel belangrijk is dat u als slager bij deze zelfgemaakte producten natuurlijk wel een goed overzicht van de allergenen heeft die uiteindelijk allemaal in het eindproduct terecht zijn gekomen.

 

Bakker

Of u bent misschien bakker en iedere dag al vroeg in de weer met het maken van uw eigen brood en banket. Heerlijke, verse, nog net warme luxe broodjes uit de oven. Of mooie, creatieve, kleurrijke en vooral zalige gebakjes in allerlei smaken.

Maar weet u precies van al deze zelfgemaakte producten welke allergenen deze bevatten? Heeft u wel eens de etiketten gelezen van bijvoorbeeld broodverbeteraar (of broodverbetermiddel) of margarine? Wist u dat deze hulpstoffen vaak vol zitten met allerlei ingrediënten die allergenen bevatten en dus ook terechtkomen in uw eindproduct.

Bijvoorbeeld kunnen in een “simpele” mueslibol al zeker 7 verschillende soorten allergenen voorkomen:

  • Glutenbevattende granen (o.a. tarwe, rogge, gerst)
  • Soja
  • Melk
  • Noten (o.a. amandelen, hazelnoten, cashewnoten, pecannoten)
  • Sesamzaad
  • Sulfiet
  • Lupine

 

Welke bedrijven vallen er onder detailhandel

De detailhandel is overigens weer verder onder te verdelen in bijvoorbeeld foodspeciaalzaken en levensmiddelenzaken. Foodspeciaalzaken richten zicht vaak op één soort voeding, neem als voorbeeld de poelier die zich speciaal richt op wild en gevogelte. Levensmiddelenzaken richten zich juist op een bredere omzet qua levensmiddelen, maar wel in een specifieke “niche”. Een goed voorbeeld is bijvoorbeeld de natuurvoedingswinkel. Het maakt dus niet uit wat voor soort detailhandel u heeft, het belangrijkste is dat u ook bij niet voorverpakte levensmiddelen beschikt over correcte allergeneninformatie. Deze allergeneninformatie kunt u of mondeling of schriftelijk doorgeven aan uw klanten.

Webshops (of webwinkels) vallen ook onder detailhandel. In een volgend blog ga ik uitgebreid uitleg geven waaraan webshops die (ook) voeding verkopen moeten voldoen volgens de allergenenwetgeving.

 

Horeca

Heeft u bijvoorbeeld een eigen bed & breakfast, een sfeervol Frans restaurant of een gezellig bruin café of doet u aan catering voor kleine en/of grote groepen mensen? Ook dan dient u op de hoogte te zijn van de aanwezigheid van allergenen in uw gerechten.

Als eigenaar van een café serveert u natuurlijk niet alleen een heleboel soorten (speciaal) bier en wijn, maar waarschijnlijk ook op zijn tijd een bittergarnituur, tortilla chips met guacamole of wellicht een tosti ham/kaas aan uw gasten. Wist u dat al deze gerechten één of meerdere allergenen bevatten? En weet u ook welke dat zijn?

Bijvoorbeeld in een “simpele” tosti ham/kaas al zeker 5 verschillende soorten allergenen kunnen voorkomen:

  • Witbrood: tarwe, soja, melk
  • Ham: soja, selderij
  • Kaas: melk

Trouwens bier bevat ook een allergeen, namelijk gerst. En wat dacht u van de sulfiet in wijn?

 

Welke bedrijven vallen er onder horeca

De horeca bestaat uit heel veel soorten zoals hotels, pensions, restaurants, lunchrooms, strandpaviljoens, cafetaria’s, cafés en ijssalons, maar ook vallenbungalowparken, kantines en catering onder de term horeca. Ook hier maakt het weer niet zoveel uit wat voor soort horecaonderneming u heeft, als u maar beschikt over de juiste allergeneninformatie. Deze allergeneninformatie dient u mondeling of schriftelijk door te geven aan uw gasten.

 

Wetgeving rondom verstrekken van allergeneninformatie

Hoewel de wetgeving over het verstrekken van allergeneninformatie over producten/gerechten aan consumenten al een paar jaar verplicht is, blijkt in praktijk dat dit nog maar op kleine schaal gebeurt. En als er al allergeneninformatie voor handen is, blijkt dit vaak nog onvolledig of verouderd te zijn. Kortom er is nog heel veel winst te halen op allergenengebied voor ondernemers in detailhandel en horeca.

 

Zelf doen of uitbesteden?

U kunt natuurlijk proberen alle informatie rondom allergenen zelf te verzamelen en te verwerken tot bijvoorbeeld een allergenenlijst of allergenenkaart. Maar het risico bestaat dan dat u het niet correct doet en daarmee onbedoeld een soort schijnzekerheid afgeeft aan klanten of gasten met een voedselovergevoeligheid. Wilt u dit laten doen door een professional, dan bent u bij VoedingVeilig aan het juiste adres. Benieuwd geworden naar de mogelijkheden, vraag dan gratis en vrijblijvend een kennismakingsgesprek aan.

 

Grote(re) ondernemingen

Naast detailhandel en horeca richt VoedingVeilig zich ook op grote(re) ondernemingen in de levensmiddelenbranche. Ook grote(re) ondernemingen zoals een maaltijdenfabrikant of snackproducent hebben natuurlijk te maken met allergenen (en de declaratie ervan). Vaak is er bij grotere ondernemingen een kwaliteitsafdeling aanwezig die zich bezig houdt met allerlei kwaliteitsgerelateerde zaken. Maar uit eigen ervaring weet ik dat het onderdeel allergenen regelmatig onderschat wordt doordat het veel verder en dieper gaat dan alleen maar de ingrediënten van de receptuur op de verpakking te benoemen.