Blog: Keurmerken op voeding

 

Keurmerken op voeding

Steeds meer verpakkingen bevatten een keurmerk. Het zou de consument moeten helpen bij het maken van een gezondere keuze of duurzaam verantwoorde keuze, maar is dit ook zo?

 

Wat is een keurmerk?

Een keurmerk wordt gezien als een beeldmerk/logo wat veelal op de voorzijde van een verpakking wordt afgebeeld. Het beeldmerk/logo laat zien dat een product voldoet aan bepaalde eisen die voor het betreffende keurmerk zijn opgesteld. Bijvoorbeeld of een product een duurzamere of gezondere keuze is. Het dient ervoor om consumenten een bewuste(re) keuze te laten maken bij de aankoop van een product.

Een keurmerk wordt in principe getoetst door een onafhankelijke en deskundige instantie, afkomstig van een betrouwbare bron. De keurmerkeigenaar verkoopt zelf géén producten. Bij een keurmerk kan een certificaat uitgegeven worden waarop de keurmerk verlenende instantie verklaart dat een product aan de specifieke eisen -van het keurmerk- voldoet.

 

Wat zegt een keurmerk?

Dat is nog altijd een lastige vraag. Er worden heel veel keurmerken gebruikt en veelal gaan ze maar over één duurzaamheidsthema. En als een product geen keurmerk draagt, is het ook niet altijd minder duurzaam, maar een keurmerk geeft wel garanties.

 

Waarom een keurmerk?

Steeds meer consumenten maken een bewustere keuze als het om voeding gaat. Er is steeds meer behoefte aan duidelijkheid. Een product met een bepaald keurmerk kan zich op aan aantal manieren onderscheiden ten opzichte van een gangbaar product. Het kan aangeven dat een product veilig en/of gezond en/of duurzaam geproduceerd is, maar ook of het geteeld is volgens biologische productiemethoden of een streekeigen karakter heeft. Het kan voor de consument een makkelijk hulpmiddel zijn om een weloverwogen keuze te maken.

Indien een product overigens geen keurmerk heeft, dan hoeft dit niet te betekenen dat het product niet duurzaam is verkregen. Het is echter alleen niet aantoonbaar gemaakt.

 

Is een keurmerk altijd betrouwbaar?

De afgelopen jaren zijn er ontzettend veel keurmerken bij gekomen. Er zijn wel rond de 100 duurzaamheidskeurmerken voor voeding in omloop. Dat maakt het voor de consument niet makkelijk om een goede keuze te maken. Milieu Centraal heeft met medewerking van het Voedingscentrum en andere experts diverse keurmerken in 2019 opnieuw bekeken en beoordeeld.

Bij de beoordeling is vooral gekeken naar de duurzaamheidswinst, transparantie en de betrouwbaarheid. Met transparantie wordt bedoeld dat informatie over het keurmerk makkelijk te vinden is voor de consument en een goed beeld geeft waar het keurmerk over gaat en wat de eisen zijn. Daarnaast hebben ze onderscheid gemaakt tussen onafhankelijke keurmerken en eigen logo’s van producenten.

 

Er zijn 10 TOPkeurmerken uit de beoordeling naar voren gekomen die het hoogst scoren op 3 eisen:

  • ambitie: de eisen met betrekking tot milieu, dierwelzijn en/of mens & werk gaan veel verder dan gemiddeld in de sector
  • transparantie: de eisen zijn eenvoudig te vinden online en zijn ook concreet geformuleerd. Daardoor zijn ze voor iedereen makkelijk te begrijpen
  • betrouwbaarheid en betrokkenheid: er is een onafhankelijke controle, bij voorkeur goedgekeurd door de Raad voor Accreditatie (of een vergelijkbare buitenlandse instelling). Of het keurmerk is lid van ISEAL (onafhankelijke organisatie voor het bevorderen van duurzaamheid). Daarnaast volgen er ook maatregelen voor de gebruikers indien zij niet voldoen aan de eisen van het keurmerk en er wordt jaarlijks verslag gedaan van de duurzaamheidsprestaties

 

ASC staat voor Aquaculture Stewardship Council. Het is bedoeld voor kweekvis en heeft als doel de invloed van het kweken van vis op het milieu te verlagen. Het heeft regels voor minder antibioticagebruik, duurzaam visvoer en betere arbeidsomstandigheden voor het personeel.

 

Het Beter Leven keurmerk staat voor dierenwelzijn. Het kent drie niveaus voor dierenwelzijn: 1, 2 of 3 sterren. Wat een ster precies inhoudt, hangt af van het diersoort, maar in het algemeen geldt dat 1 ster staat voor een kleine verbetering van het dierenwelzijn t.o.v. gangbare vleesproducten. 2 sterren gaat al iets verder op het gebied van dierenwelzijn, zoals meer ruimte en afleiding. 3 sterren staan op biologische producten of vergelijkbare systemen. Het verschil tussen de sterren zit bijvoorbeeld in de ruimte die dieren krijgen, de stalcondities, of dieren naar buiten kunnen en transportduur.

 

Demeter is een keurmerk voor biodynamische landbouw en voeding. Het voldoet minimaal aan de normen van biologische landbouw, maar het gaat een stap verder. Boeren en verwerkers dienen zich te houden aan normen en richtlijnen, welk zijn opgenomen in een handboek. Op de website is veel informatie hierover te vinden.

 

Fairtrade is een keurmerk van de Nederlandse stichting Max Havelaar. Het garandeert dat producten voldoen aan normen voor eerlijke handel en rekening houdt met het milieu. Boeren en telers ontvangen een vaste minimumprijs. Het keurmerk wordt gebruikt op producten afkomstig uit ontwikkelingslanden.

 

Het Biologisch keurmerk is een Europees keurmerk voor biologische producten. Biologisch heeft een wettelijke status. Er zijn strenge eisen voor dierwelzijn en milieu. Dieren moeten naar buiten kunnen en krijgen biologisch voer. In de stal hebben ze meer ruimte dat gangbaar vee. Er zijn strenge eisen aan het antibioticagebruik.

 

EKO is een keurmerk wat gelijk staat aan die van het Europese keurmerk voor biologische landbouw. Het geeft aan dat een product afkomstig is van biologische landbouw. Het is gebaseerd op het Europees keurmerk voor biologische producten en daarnaast aangevuld met plusnormen voor het behoud van milieu, natuur en landschap en het welzijn van dieren.

 

MSC staat voor Marine Stewardship Council en staat op visproducten die afkomstig zijn van duurzame visserij. Er vindt geen overbevissing plaats en er wordt zo min mogelijk schade toegebracht aan het leven in de zee, met weinig bijvangst.

 

Rainforest Alliance is een keurmerk voor o.a. koffie, thee, chocolade en bananen. Het zet zich in voor natuurbehoud en betere sociale omstandigheden in landbouw, bosbouw en toerisme. Er is een onafhankelijke controle door geaccrediteerde partijen. Als het product een logo draagt, dan is minimaal 90% van de ingrediënten gecertificeerd. Producten waarbij 30-90% van de ingrediënten gecertificeerd is, mogen het logo dragen, maar op de verpakking moet dan de tekst zijn toegevoegd die het percentage aangeeft.

 

UTZ is een keurmerk voor eerlijke handel in koffie, thee, cacao en hazelnoten. Er worden minder bestrijdingsmiddelen gebruikt en boeren en telers ontvangen een eerlijke prijs en werken onder goede werkomstandigheden.

 

Met ingang van 2019 is er een nieuwe internationale naam voor het Milieukeur-keurmerk: On The Way To PlanetProof. Het keurmerk kun je tegenkomen op zuivel, groenten en fruit, eieren, maar ook op bloemen, planten, bomen en bloembollen. Het doel is dat het productie duurzamer geproduceerd is en daardoor beter voor natuur, milieu, klimaat en dier.

 

Wat kan een keurmerk opleveren?

Het blijkt dat keurmerken echt een meerwaarde geven aan een product. Recent onderzoek wijst uit dat de consument meer duurzame producten koopt. In 2019 groeide de omzet van voedsel met een duurzaamheidskeurmerk met maar liefst 26%, terwijl de totale voedselomzet met 4,2% steeg. Dat blijkt uit de Monitor Keurmerken Retail. Het Beter Leven keurmerk heeft de grootste groei doorgemaakt van 25%, terwijl het Biologisch keurmerk groeide met maar 5%.

 

Zelf doen of uitbesteden?

U kunt natuurlijk proberen alle informatie rondom keurmerken zelf te verzamelen en verwerken, echter dient er rekening gehouden te worden met diverse uitzonderingen. Wilt u een keurmerk op uw product(en), dan bent u bij VoedingVeilig aan het juiste adres. Benieuwd geworden naar de mogelijkheden, vraag dan gratis en vrijblijvend een kennismakingsgesprek aan.

Blog: De ins en outs van KWID

 

De ins en outs van KWID

U heeft dit woord vast vaker gehoord, maar waar staat de afkorting precies voor en hoe moet het toegepast worden?

 

Waar staat KWID voor?

In de praktijk wordt vaak de afkorting KWID gebruikt (in het Engels QUID). Dit staat voor “kwantitatieve ingrediëntendeclaratie” (in het Engels “Quantitative Ingredient Declaration”). Het is een vermelding van de hoeveelheid van een ingrediënt of categorie ingrediënten wat in een levensmiddel is gebruikt. Het percentage moet in de ingrediëntendeclaratie worden benoemd of onmiddellijk in/naast de benaming van het product wanneer dit ingrediënt bijvoorbeeld in woorden, symbolen of afbeeldingen op de verpakking wordt benadrukt.

 

Wanneer is een KWID verplicht?

Er is nog altijd veel discussie wanneer de KWID-regels moeten worden toegepast. Volgens artikel 9 van de Verordening (EU) nr. 1169/2011 is het vermelden van de hoeveelheid van bepaalde ingrediënten of categorie ingrediënten verplicht. In artikel 22 wordt aangegeven dat er drie gevallen zijn waarin het percentage van een ingrediënt moet worden vermeld.

 

1. Wanneer het ingrediënt voorkomt in de benaming van het levensmiddel of door de consument gewoonlijk met die benaming wordt geassocieerd. Bijvoorbeeld:

  • perzikyoghurt: hoeveelheid perziken dient vermeld te worden
  • notenpasta: hoeveelheid noten dient vermeld te worden
  • roombotercake: hoeveelheid roomboter dient vermeld te worden

 

En het dient ook benoemd te worden bij de ingrediënten wanneer de consument een bepaald ingrediënt verwacht. Zoals:

  • hamburgers: hoeveelheid vlees dient vermeld te worden
  • guacamole: hoeveelheid avocado dient vermeld te worden
  • hutspot: hoeveelheid wortel en ui dient vermeld te worden

 

2. Wanneer het ingrediënt opvallend in woord, beeld of grafische voorstelling op de etikettering is aangegeven. Bijvoorbeeld:

  • Een ingrediënt opvallend wordt aangegeven op de verpakking op een andere plek dan in de benaming. Bijvoorbeeld de tekst “krenten” op een pak met granenbiscuits. Het percentage krenten dient vermeld te worden
  • Een ingrediënt dat in een andere stijl van de letters opvallend wordt aangegeven om op een andere plek dan in de beaming naar het ingrediënten te verwijzen
  • Wanneer beelden worden gebruikt om selectief één of meer ingrediënten aan te geven. Bijvoorbeeld een drinkyoghurt waarop frambozen zijn afgebeeld. Het percentage frambozen dient dan vermeld te worden
  • Wanneer een ingrediënt opvallend wordt aangegeven door een beeld dat verwijst naar de oorsprong ervan. Bijvoorbeeld een afbeelding of tekening van een koe om melkingrediënten te benadrukken, zoals bij melk, yoghurt en roomboter

 

3. Wanneer het ingrediënt het levensmiddel karakteriseert en onderscheidt van producten waarmee het zou kunnen verward. Bekende voorbeelden hiervan zijn mayonaise en amandelmarsepein. Voor mayonaise dient de hoeveelheid olie en ei te worden gekwid en voor marsepein dient de hoeveelheid amandelen gekwid te worden.

 

Wanneer is een KWID niet verplicht?

In bijlage VIII, punt 1 van Verordening (EU) nr. 1169/2011 staat aangegeven voor welke ingrediënten de kwantitatieve opgave niet verplicht is.

Hieronder een opsomming van een aantal van deze punten:

  • Wanneer het netto-uitlekgewicht verplicht is. De hoeveelheid van het ingrediënt kan hierbij op basis van het netto-uitlekgewicht worden berekend. Als dit niet kan, dan geldt deze regel niet. Een goed voorbeeld hiervan zijn producten in opgietvloeistoffen, zoals bijvoorbeeld olijven, abrikozen, ananas, enz.
  • Als de hoeveelheid van het ingrediënt op grond van andere EU regels op de verpakking moet worden vermeld. Dit is al vastgelegd in andere richtlijnen, zoals bijvoorbeeld bij cacao en chocoladeproducten moet het percentage cacaobestanddelen worden vermeld
  • Indien van een ingrediënt maar een klein beetje is toegevoegd voor smaak of aroma
  • Wanneer het ingrediënt in de aanduiding genoemd wordt, maar de hoeveelheid niet van belang is voor de koper.
  • Als specifieke EU regels de hoeveelheid van het ingrediënt nauwkeurig aangeven zonder dat het op de verpakking moet worden vermeld
  • Voor mengsels van vruchten, groenten of paddenstoelen, specerijen of kruiden waarvan geen enkele aanmerkelijk in gewicht overheerst. Dit mag worden aangeduid als ‘in wisselende verhoudingen’, onmiddellijk gevolgd door de lijst van de aanwezige vruchten, groenten of paddenstoelen, specerij of kruiden. In dit geval dient het totale gewicht in de ingrediëntenlijst vermeld te worden
  • Als bij de benaming “met zoetstof(fen)” of “met suiker(s) en zoetstof(fen)” verplicht is, hoeft er niet gekwid te worden bij de suiker(s) en/of zoetstof(fen)
  • Voor toegevoegde vitamines en mineralen waarvoor voedingswaardevermelding verplicht is

 

Daarnaast zijn er nog een aantal uitzonderingen op de KWID-verplichting voor ingrediënten die opvallend zijn aangegeven in woord, beeld of grafische voorstelling. In deze gevallen is KWID ook geen verplichting:

  • Wanneer het gaat om een realistisch beeld wat op een verpakking wordt getoond
  • Wanneer het beeld “een serveertip” toont
  • Wanneer het beeld op de verpakking alle ingrediënten van het levensmiddel toont, zonder een specifiek ingrediënt opvallend aan te geven

 

Hoe dient KWID vermeld te worden?

De wetgeving geeft aan dat dit op twee manieren mogelijk is:

  1. In of onmiddellijk naast de benaming van het product.
  2. In de lijst van ingrediënten.

 

Voorbeelden:

  • Aardbeienyoghurt
  • Yoghurt met X% aardbei
  • Ingrediënten: magere yoghurt, suiker, aardbei, gemodificeerd maiszetmeel, (etc.).
    • Op basis van optie 1 gekwid.

 

  • Aardbeienyoghurt
  • Aardbeienyoghurt bevat X% aardbei
  • Ingrediënten: magere yoghurt, suiker, aardbei, gemodificeerd maiszetmeel, (etc.).
    • Op basis van optie 1 gekwid.

 

  • Aardbeienyoghurt
  • Ingrediënten: magere yoghurt, suiker, X% aardbei, gemodificeerd maiszetmeel, (etc.).
    • Op basis van optie 2 gekwid.

 

De hoeveelheid dient uitgedrukt te worden als percentage wat overeen moet komen met de hoeveelheid van het ingrediënt of de ingrediënten op het ogenblik waarop zij worden gebruikt.

 

Welke uitzonderingen zijn hierop van toepassing?

  • Voor levensmiddelen waarbij vochtverlies is opgetreden door een thermische of andere behandeling, dan wordt het percentage op het eindproduct berekend. Zoals bijvoorbeeld varkensvlees in salami waarvoor 120 gram varkensvlees wordt gebruikt voor 100 gram salami
  • De hoeveelheid vluchtige ingrediënten worden vermeld als percentage dat daadwerkelijk in het eindproduct is achtergebleven. Dus dan wordt er niet gekeken naar hoeveel er tijdens de bereiding is toegevoegd. Bijvoorbeeld brandewijn in gebak of desserts
  • De hoeveelheid ingrediënten die in geconcentreerde of gedehydrateerde vorm wordt gebruikt en tijdens fabricage wordt gereconstitueerd, kan worden gekwid als hun gewichtspercentage voordat zij werden geconcentreerd of gedroogd. Zoals magere melkpoeder met water als ingrediënt in een vloeibaar product mag worden gekwid als magere melk in de receptuur
  • Als het om geconcentreerde of gedehydrateerde levensmiddelen gaat waaraan water moet worden toegevoegd, kan de hoeveelheid van de ingrediënten worden gekwid als gewichtspercentage in het gereconstitueerde product. Bijvoorbeeld als droge bruine bonen worden geweld en gebruikt in een kant-en-klaar bonengerecht, dan mag het percentage van de bonen “na het wellen” worden gekwid.

 

Tot slot……

  • Bij de berekening van het percentage voor de KWID moet het toegevoegd water ook worden meegerekend als het aanwezig is in een kleinere hoeveelheid dan 5%.
  • Er is geen minimale hoeveelheid bepaald waarin een ingrediënt of ingrediënten in een levensmiddel aanwezig moeten zijn.
  • Een percentage mag voor of achter (al dan niet met haakjes) het ingrediënt worden genoteerd.
  • De KWID-vermelding mag in geen geval tot misleiding leiden.

 

Zelf doen of uitbesteden?

U kunt natuurlijk proberen alle regels rondom KWID zelf toe te passen, maar heeft u hier wel tijd én zin in? Laat VoedingVeilig een check doen op uw etiketten, labels en/of verpakkingen. Benieuwd geworden naar de mogelijkheden, vraag dan gratis en vrijblijvend een kennismakingsgesprek aan.

Blog: Herkomstetikettering, verplicht of vrijwillig?

 

Herkomstetikettering, verplicht of vrijwillig?

Verordening (EU) nr. 1169/2011 is inmiddels niet meer weg te denken in de levensmiddelensector. Deze Europese wetgeving is in het leven geroepen om de consument een goede voedselkeuze te laten maken. Zo moet het voor de consument duidelijk zijn waar een levensmiddel vandaan komt met als doel eerlijke informatie te geven.

Omdat er nog veel onduidelijkheid bestond over de herkomstvermelding is op 28 mei 2018 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2018/775 gepubliceerd met nieuwe regels rondom de vermelding van het land van oorsprong en het land van herkomst van het primaire ingrediënt van een levensmiddel.

 

Wat wordt bedoeld met “land van oorsprong” of “plaats van herkomst”?

Het land van oorsprong is het land waar planten of dieren zijn geteeld of opgegroeid, of waar een ingrijpende bewerking van een voedingsmiddel plaatsvond. De plaats van herkomst is de plaats waar het levensmiddel is geproduceerd.

 

Wanneer vermelden “land van oorsprong” of “plaats van herkomst”?

Volgens Verordening (EU) nr. 1169/2011, artikel 26 is het vermelden van land van oorsprong of de plaats van herkomst verplicht:

  • a) indien het weglaten daarvan de consument zou kunnen misleiden.
  • b) voor vlees dat valt onder de codes van de Gecombineerde Nomenclatuur (GN) van bijlage XI. In bijlage XI worden de vleessoorten genoemd waarvoor de herkomstvermelding verplicht is.

Naast deze productcategorieën bestaat er ook verticale wettelijke verplichtingen aangaande oorsprongsvermelding, zoals voor honing, groenten en fruit, vis en olijfolie.

Indien het land van oorsprong of plaats van herkomst wordt vermeld en dit niet komt overeenkomt met de herkomst van het primaire ingrediënt, dan zou ook de herkomst van het primaire ingrediënt (of primaire ingrediënten) ook benoemd moeten worden.

Een naam, handelsnaam of adres van de exploitant vormt overigens geen aanwijzing van herkomst. Denk hierbij aan bijvoorbeeld een private label. Als de herkomst een ander land betreft, dan dient dit duidelijk vermeld te worden op een etiket.

 

Waarom een aanvulling op artikel 26 van Verordening (EU) nr. 1169/2011?

Het was altijd al een verplichting om de herkomst te vermelden als het weglaten van deze informatie de consument zou kunnen misleiden. Het was alleen onduidelijk hoe dit vermeld moest worden. In Verordening (EU) nr. 2018/775, art. 2 staan nu twee manieren van herkomstetikettering benoemd:

1. Een verwijzing naar een geografisch gebied dat voor de consument gemakkelijk te begrijpen is. Stel een primair ingrediënt komt afgewisseld uit Noorwegen en Nederland. Noorwegen valt niet onder de Europese wetgeving. De vermelding kan dan bijvoorbeeld op de volgende manier gemaakt worden:

  • EU en niet EU
  • Noorwegen en Nederland
  • EU (Nederland) en niet EU (Noorwegen)

2. Een vermelding dat de herkomst van het primaire ingrediënt van het levensmiddel niet gelijk is aan dat van het product. Zoals “(naam van het/de primaire ingrediënt(en) is/zijn niet afkomstig van (het land van oorsprong of de plaats van herkomst)”. Bijvoorbeeld aardbeienjam uit de Betuwe, waarin de aardbeien (het primaire ingrediënt) uit bijvoorbeeld Frankrijk afkomstig zijn wordt dit vermeld op de verpakking als: de aardbeien zijn niet afkomstig uit Nederland.

 

Primair ingrediënt, wat houdt dat precies in?

Het primaire ingrediënt kan gaan om een kwantitatief primair ingrediënt (omdat het bijvoorbeeld voor meer dan 50% van het levensmiddel uitmaakt, zoals de melk in kaas) of het kan gaan om een kwalitatief primair ingrediënt (omdat het gewoonlijk met de benaming van het levensmiddel wordt geassocieerd, zoals de knoflook in aioli).

Een levensmiddel kan 1 primair ingrediënt hebben, meer dan 1 primair ingrediënt of zelfs helemaal geen primair ingrediënt. Het primaire ingrediënt kan bij meer dan 1 primair ingrediënt ook bestaan uit bijvoorbeeld een kwantitatief primair ingrediënt én een kwalitatief primair ingrediënt.

 

Hoe dient deze afwijkende herkomst gepresenteerd te worden op de verpakking?

De afwijkende herkomst moet in hetzelfde gezichtsveld staan als de herkomstvermelding van het product. Ook dient het lettertype van deze tekst van het primaire ingrediënt minimaal 75% de grootte te zijn ten opzichte van de tekst over de herkomst. Het mag alleen in woorden vermeld worden en bijvoorbeeld niet doormiddel van grafische afbeeldingen.

 

Moet mijn verpakking aangepast worden na invoering van Verordening (EU) nr. 2018/775?

Allereerst moet u zich afvragen of herkomstvermelding een wettelijke verplichting is voor uw product. Is er mogelijk sprake van misleiding? Daarnaast is het van belang om na te gaan welke teksten en geografische afbeeldingen op het product gepresenteerd staan. Als de verpakking doet vermoeden dat de herkomst anders is dan het primaire ingrediënt, dan dient u de herkomst van het primaire ingrediënt te benoemen.

 

Zelf doen of uitbesteden?

U kunt natuurlijk proberen alle regels van de herkomstetikettering zelf te verzamelen en verwerken, echter dient er rekening gehouden te worden met diverse uitzonderingen en bepalingen. Wilt u weten of uw etiketten, labels en/of verpakkingen voldoen aan de herkomstetikettering, dan bent u bij VoedingVeilig aan het juiste adres. Benieuwd geworden naar de mogelijkheden, vraag dan gratis en vrijblijvend een kennismakingsgesprek aan.

Nieuwsitem: Etiketten lezen én begrijpen

 

Nu ook een website met informatie rondom etiketten lezen én begrijpen

Heeft u ook problemen met het begrijpen van alle informatie op etiketten? Tegenwoordig is het lezen én begrijpen van etiketten een flinke uitdaging, door de overvloed aan kleine lettertjes, misleidende afbeeldingen, kleurrijke logo’s, onbegrijpelijke claims en 10-tallen (onbekende) ingrediënten.

De website (www.etiketlezen.nl) is opgesteld voor consumenten én voor ondernemingen met een kantine.

 

SupermarktSafari

Voor consumenten bied ik SupermarktSafari’s aan, waarbij ik in een klein groepje naar bijvoorbeeld de supermarkt of biologische winkel toe ga én daar ter plekke uitleg geef over gezonde(re) keuzes maken. Deze SupermarktSafari geef ik ook aan speciale doelgroepen, zoals bijvoorbeeld voor mensen met een voedselovergevoeligheid. Kijk voor meer informatie op SupermarktSafari.

 

KantineBoost

Voor ondernemingen met een kantine geeft ik een KantineBoost, waarbij ik informatie, adviezen en tips geef over hoe de kantine een gezonder assortiment kan aanbieden. Er is een KantineBoost speciaal voor bedrijven, scholen en sportfaciliteiten. Kijk voor meer informatie op BedrijfskantineBoost, SchoolkantineBoost en SportkantineBoost.

Blog: Allergenenwetgeving

 

Allergenenwetgeving

Sinds december 2014 moeten nu ook alle aanbieders van onverpakte levensmiddelen (zoals de detailhandel en horeca) allergeneninformatie geven over hun producten/gerechten aan consumenten. Dit is vastgelegd in een nieuwe Europese wet (Verordening (EU) Nr. 1169/2011).

Helaas blijkt dat niet alle ondernemers in de detailhandel en horeca even goed op de hoogte zijn welke allergenen er in hun producten/gerechten zitten. Mensen met een voedselovergevoeligheid krijgen helaas dan of verkeerd advies (“nee er zit echt geen melk in uw hoofdgerecht”, terwijl later blijkt dat het vlees in roomboter is gebakken) of het advies om bijvoorbeeld maar een simpele salade te nemen (“want daar zit niets verkeerds in”).

 

1169/2011

De Verordening (EU) Nr. 1169/2011, betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten wordt vaak afgekort tot 1169/2011. In deze Europese wet staat niet alleen maar vermeld wat de regels zijn op het gebied van allergenen, maar nog veel meer.

Per artikel zal ik een korte en heldere samenvatting geven (deze samenvatting is natuurlijk niet volledig):

 

Artikel 1: Onderwerp en toepassingsgebied

De bedoeling van deze verordening is om de basis te leggen voor de waarborging van consumentenbescherming ten aanzien van voedselinformatie.

 

Artikel 2: Definities

In de verordening worden bepaalde woorden gebruikt en in dit artikel wordt de definitie van diverse woorden uitgelegd.

 

Artikel 3: Algemene doelstellingen

De doelstelling is om bij de verstrekking van voedselinformatie een basis te verschaffen voor het maken van doordachte keuzes door de consument.

 

Artikel 4: Beginselen van de verplichte voedselinformatie

De bedoeling is voedselinformatie te geven omtrent o.a. samenstelling, eigenschappen, houdbaarheid, bewaring en effect op de gezondheid.

 

Artikel 5: Raadpleging van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid

 

Artikel 6: Basisvoorschrift

Deze verordening heeft betrekking op levensmiddelen die bestemd zijn voor levering aan de eindverbruiker (= consument) of aan grote cateraars (= o.a. restaurants, kantines en instellingen).

 

Artikel 7: Eerlijke informatiepraktijken

De verstrekte voedselinformatie mag niet misleidend zijn.

 

Artikel 8: Verantwoordelijkheden

Wie is er verantwoordelijk voor de verstrekte voedselinformatie? In veel gevallen zal dit de producent van het levensmiddel zijn.

 

Artikel 9: Lijst van verplichte vermeldingen

De volgende vermeldingen zijn verplicht op een levensmiddel (uitzonderingen zullen in diverse artikelen worden besproken):

  • De benaming van het levensmiddel
  • De lijst van ingrediënten
  • De allergenen welke aanwezig zijn in het levensmiddel
  • De hoeveelheid van bepaalde ingrediënten of categorieën ingrediënten
  • De nettohoeveelheid van het levensmiddel
  • Bijzondere bewaarvoorschriften en/of gebruiksvoorwaarden
  • De (handels)naam en het adres van de bedoelde exploitant van een levensmiddelenbedrijf
  • Het land van oorsprong of de plaats van herkomst
  • Een gebruiksaanwijzing, als het levensmiddel moeilijk te gebruiken is zonder gebruiksaanwijzing
  • Voor dranken met een alcoholvolumegehalte van meer dan 1,2%: het effectieve alcoholvolumegehalte
  • Een voedingswaardevermelding

 

Artikel 10: Bijkomende verplichte vermeldingen voor specifieke typen of categorieën levensmiddelen

In bijlage III van deze verordening zijn bijkomende verplichtingen vermeld voor specifieke typen of categorieën levensmiddelen.

 

Artikel 11: Maten en gewichten

 

Artikel 12: Beschikbaarheid van de verplichte voedselinformatie en plaats waar zij wordt aangebracht

Voor alle levensmiddelen is de verplichte voedselinformatie beschikbaar en gemakkelijk toegankelijk.

 

Artikel 13: Presentatie van verplichte vermeldingen

Het is verplicht om de voedselinformatie op een duidelijk zichtbare plaats én in duidelijke leesbare (onuitwisbare) letters aan te brengen.

 

Artikel 14: Verkoop op afstand

Bij voorverpakte levensmiddelen die te koop worden aangeboden door middel van technieken voor communicatie op afstand (zoals webshops), dat alle informatie uit artikel 9 (met uitzondering van de houdbaarheidsdatum) aanwezig is vóórdat de aankoop plaatsvindt.

 

Artikel 15: Taalvoorschriften

De verplicht voedselinformatie wordt aangebracht in een taal (of talen) die gemakkelijk te begrijpen is voor consumenten van de lidstaten waar het betreffende levensmiddel in de handel wordt gebracht.

 

Artikel 16: Weglating van verplichte vermeldingen

 

Artikel 17: Benaming van het levensmiddel

In het beginsel is de benaming van het levensmiddel zijn wettelijke benaming. Bij het ontbreken hiervan is de benaming van het levensmiddel de gebruikelijke benaming en indien deze er ook niet is dan is het een beschrijvende benaming van het levensmiddel.

 

Artikel 18: Lijst van ingrediënten

De lijst van ingrediënten wordt vooraf gegaan door het woord “ingrediënten”.

 

Artikel 19: Weglating van de lijst van ingrediënten

Op bepaalde levensmiddelen hoeft géén lijst van ingrediënten vermeld te worden (o.a. verse groenten, vers fruit, koolzuurhoudend water en gistingsazijn).

 

Artikel 20: Weglating van bestanddelen van een levensmiddel uit de lijst van ingrediënten

 

Artikel 21: Etikettering van bepaalde stoffen en producten die allergieën of intoleranties veroorzaken

Allergenen (momenteel 14 wettelijke allergenen) worden opgenomen in de lijst van ingrediënten en hebben een andere typografie om zich te kunnen onderscheiden. (een andere typografie is bijvoorbeeld dikgedrukt of in hoofdletters)

 

Artikel 22: Kwantitatieve vermelding van de ingrediënten

In bepaalde gevallen is de vermelding van de hoeveelheid van een gebruikt ingrediënt of gebruikte categorie van ingrediënten in het levensmiddel vereist.

 

Artikel 23: Nettohoeveelheid

De nettohoeveelheid wordt bij volume-eenheden -voor vloeibare producten- uitgedrukt in bijvoorbeeld liter of milliliter en wordt bij massa-eenheden – voor ander soort producten (dan vloeibare producten)- uitgedrukt in bijvoorbeeld kilogram of gram.

 

Artikel 24: Datum van minimale houdbaarheid, uiterste consumptiedatum en datum van invriezing

Bij levensmiddelen die uit microbiologisch oogpunt zeer bederfelijk zijn (en daarmee na korte tijd een onmiddellijk gevaar voor de gezondheid kan opleveren) wordt de datum van minimale houdbaarheid vervangen door de uiterste consumptiedatum.

 

Artikel 25: Bewaarvoorschriften of gebruiksvoorwaarden

Voorschriften voor levensmiddelen die bijzondere bewaarvoorschriften en/of gebruiksvoorwaarden hebben worden aangegeven.

 

Artikel 26: Land van oorsprong of plaats van herkomst

 

Artikel 27: Gebruiksaanwijzingen

Als voor het gebruik van een levensmiddel een gebruiksaanwijzing noodzakelijk is wordt deze wordt deze aangegeven.

 

Artikel 28: Alcoholgehalte

 

Artikel 29: Relatie met andere wetgeving

Sommige levensmiddelen vallen onder het toepassingsgebied van een andere wetgeving (o.a. voedingssupplementen).

 

Artikel 30: Inhoud

De verplichte voedingswaardevermelding omvat het volgende:

  • Energetische waarde
  • Vetten
  •    Verzadigde vetzuren
  • Koolhydraten
  •    Suikers
  • Eiwitten
  • Zout

 

Daarnaast mag het worden aangevuld met één of meer van de volgende nutriënten:

  • Enkelvoudig onverzadigde vetzuren
  • Meervoudig onverzadigde vetzuren
  • Polyolen
  • Zetmeel
  • Vezels
  • Vitaminen (alleen bij significante hoeveelheden)
  • Mineralen (alleen bij significante hoeveelheden)

 

Artikel 31: Berekening

In bijlage XIV van de verordening staat omschreven hoe de energetische waarde wordt berekend aan de hand van de omrekeningsfactoren.

 

Artikel 32: Uitdrukking in 100 g of 100 ml

De energetische waarde en hoeveelheden nutriënten worden uitgedrukt in bepaalde meeteenheden.

 

Artikel 33: Uitdrukking per portie of consumptie-eenheid

In bepaalde gevallen mag de energetische waarde en de hoeveelheid nutriënten (ook) worden uitgedrukt per portie en/of consumptie-eenheid.

 

Artikel 34: Presentatie

De verplichte voedingswaardevermelding én eventueel aangevulde nutriënten worden in hetzelfde gezichtsveld aangebracht.

 

Artikel 35: Aanvullende vormen van uitdrukking en presentatie

De uitdrukkingsvormen van de verplichte voedingswaardevermelding mag ter aanvulling ook gepresenteerd worden in andere grafische vormen of symbolen dan woorden en getallen.

 

Artikel 36: Van toepassing zijnde voorschriften

Bij een vrijwillige vermelding van de voedselinformatie dient dit wel te voldoen aan de genoemde voorgaande voorschriften.

 

Artikel 37: Presentatie

Het vermelden van de vrijwillige voedselinformatie mag niet ten koste gaan van de ruimte die beschikbaar is voor de verplichte voedselinformatie.

 

Artikel 38: Nationale maatregelen

 

Artikel 39: Nationale maatregelen inzake bijkomende verplichte vermeldingen

 

Artikel 40: Melk- en melkproducten

 

Artikel 41: Alcoholhoudende dranken

 

Artikel 42: Uitdrukken van de nettohoeveelheid

 

Artikel 43: Vrijwillige vermelding van referentie-innames voor specifieke bevolkingsgroepen

 

Artikel 44: Nationale maatregelen voor niet-voorverpakte levensmiddelen

Indien levensmiddelen niet voorverpakt aan de eindverbruiker of grote cateraar te koop worden aangeboden of voor levensmiddelen die op de plaats van verkoop (op verzoek) worden verpakt is alleen de vermelding van de allergenen verplicht.

 

Artikel 45: Kennisgevingsprocedure

 

Artikel 46: Wijzigingen in de bijlagen

 

Artikel 47: Overgangsperiode en datum van inwerkingtreding van de uitvoeringsmaatregelen of gedelegeerde handelingen

 

Artikel 48: Comité

 

Artikel 49: Wijzigingen in Verordening (EG) nr. 1924/2006

 

Artikel 50: Wijzigingen in Verordening (EG) nr. 1925/2006

 

Artikel 51: Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

 

Artikel 52: Spoedprocedure

 

Artikel 53: Intrekking

 

Artikel 54: Overgangsmaatregelen

 

Artikel 55: Inwerkingtreding en datum van toepassing

 

Zelf doen of uitbesteden?

U kunt natuurlijk proberen alle informatie rondom allergenen zelf te verzamelen en te verwerken. Maar het risico bestaat dan dat u het niet correct doet en daarmee onbedoeld een soort schijnzekerheid afgeeft aan consumenten met een voedselovergevoeligheid. Wilt u dit laten doen door een professional, dan bent u bij VoedingVeilig aan het juiste adres. Benieuwd geworden naar de mogelijkheden, vraag dan gratis en vrijblijvend een kennismakingsgesprek aan.